Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 26
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
Aan de samenwerking van Fabius en De Savornin Lohman binnen de juridi-
sche faculteit kwam voorlopig een eind, toen Lohman in 1890 minister van Bin-
nenlandse Zaken werd in het confessionele coalitiekabinet van JE. baron Mackay.
In de vacature werd voorzien door Lohmans oudste zoon W.H. de Savornin
Lohman, die in 1888 als eerste jurist aan de vu was gepromoveerd, tot buitenge-
woon hoogleraar te benoemen. Na het aftreden van het kabinet-Mackay keerde
Lohman senior in oktober 1891 weer terug naar de vu, zodat de faculteit nu uit
drie juridisch geschoolde hoogleraren bestond.
Heel lang zou deze situatie niet duren. Zoals in veel jonge organisaties met
een uitgesproken ideële inslag ontstond er in 1894 binnen de Vrije Universiteit
een conflict over de koers en grondslag van de universiteit, waarbij met name
20 Lohman senior onder vuur kwam te liggen. Toen de jaarvergadering van de Ver-
5 eeniging van 2 juli 1896 te Leeuwarden de uitspraak deed, dat de gereformeerde
beginselen in zijn onderwijs niet tot hun recht kwamen, nam Lohman ontslag
„ als hoogleraar. Zijn zoon, nog in maart 1895 tot gewoon hoogleraar benoemd,
o wilde de uitkomst van het conflict niet afwachten en had al in december 1895 laten
^ weten de universiteit te zullen verlaten wegens een benoeming tot rechter.
" Na het vertrek van beide Lohmannen, dat in hoofdstuk 3 uitvoeriger aan de
^ orde zal komen, stond Fabius er weer alleen voor, al maakte Woltjer sinds maart
g 1896 na het vertrek van de jonge Lohman formeel weer deel uit van de faculteit.^
S In de jaren 1896-2004 zorgde Fabius zo goed en zo kwaad als het ging voor de
o continuïteit, nam hij examens af en begeleidde hij enkele promovendi, kortom
o deed hij er alles aan om de (feitelijk niet meer bestaande) faculteit als zodanig te
•V laten functioneren. Rullmann schrijft over hem: 'Soms deed het beeld van den
S Atlas ons aan hem denken, al zagen we hem ook nooit met gebogen nek. Maar
o een geheele faculteit te torsen was in onze dagen van gespecialiseerde studiën
M een schier neerdrukkende last.'" Maar deze Atlas maakte zijn eigen last zelf ook
o niet lichter door in 1897 samen met Kuyper en Woltjer een rapport op te stellen,
S waarin de vu-studenten om principiële redenen werd afgeraden aan andere uni-
o versiteiten te studeren. Het was gezien de toestand van de 'faculteit' een vol-
strekt onmogelijke eis. Het effect van deze oproep was dan ook wat de juristen
betreft averechts. Hoewel het aantal rechtenstudenten in de jaren 1896-1904 be-
duidend toenam, studeerden velen in feite aan de Universiteit van Amsterdam,
maar lieten zij zich fatsoenshalve ook aan de vu inschrijven, zonder er examens
af te leggen.^^ Wat moesten ze ook anders?
Vooralsnog liet de benoeming van nieuwe hoogleraren op zich wachten, om-
dat men na het conflict rond Lohman niet over één nacht ijs wilde gaan en be-
kwame mannen van degelijk gereformeerde snit niet zo gemakkelijk te vinden
waren. Wel diende A. Anema zich al in 1897 nadrukkelijk aan als kandidaat met
de publicatie van zijn boek Calvinisme en rechtswetenschap, een kuyperiaans ge-
schrift dat hem de protectie van Kuyper opleverde, maar zijn kandidatuur stuitte
op hardnekkig verzet van Fabius, die maar niet kon vergeten dat Anema inder-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's