Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 64
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
van veranderingen in het bestuur en het reglement kennis geven aan de abactis
van het corps, terwijl artikel 25 bepaalt dat bij ontbinding van het gezelschap het
archief bij laatstgenoemde wordt gedeponeerd.
Met algemene stemmen wordt het voorstel van Lohman aangenomen om
'Qui Bene Distinguit Bene Docet' als zinspreuk van het gezelschap aan te nemen.
Hoe hij hieraan gekomen is horen we niet. Mogelijkheeftzijn vader A.F. senior
of zijn oudere broer W.H. de Savornin Lohman, beiden toen nog hoogleraar aan
de juridische faculteit, hem dit ingefluisterd. Dat zou het docentenperspectief
dat in het Bene Docet naar voren komt kunnen verklaren.^ Tot bestuursleden wor-
den verkozen Van Andel (praeses), Bavinck (abactis) en Lohman (fiscus). Als da-
tum voor de volgende vergadering - die volgens het nieuwe reglement niet meer
60 per se op donderdag, maar wel om de twee weken moeten plaatsvinden - wordt
^ o vastgesteld woensdag 14 december 1892. Gastheer zal Hovy zijn, die op de Nieuwe
" ^ Herengracht woont.
Il
m ';^ De rest van het eerste jaar
s ^ Op de twee eerste vergaderingen, waarop QBD zijn contouren heeft gekregen,
^ w volgen er in het cursusjaar 1892-1893 nog zes. Van de regelmaat die het regle-
g g ment voorschrijft komt al meteen niet veel terecht, getuige de data 14 december,
S2 3 februari, 27 februari, 20 maart, 1 mei en 23 mei. Ook slaagt men er niet in op
>o elke vergadering twee stellingen aan de orde te stellen. De eerste de beste keer is
g 'S het er al één. Aan het slot van die vergaderingvan 14 december 1892 wordt op
a a voorstel van Jonker besloten ook op de volgende vergadering 'slechts ééne thesis
M ü
E" te behandelen'.
> 1^
3 S
I-H b<>
De allereerste stelling is door de praeses ingebracht en luidt: 'Het Nederlan-
2 K derschap van art. 5 [sub] 3 Bwwordt verkregen door de geboorte onder den mits
O^ der vestiging.' Het is een zodanige formulering dat opponens (Bavinck) en defen-
dens (Van Andel) hierover blijvend met elkaar van mening kunnen verschillen.
'In zijn repliek verklaart de opponens zich teleurgesteld door wat de defendens
heeft gezegd', terwijl de defendens daarop, 'met een hernieuwd beroep op de
letter der wet', antwoordt 'dat hij zich nog onverzwakt gevoelt in zijn positie en
geen reden ziet zijn opinie prijs te geven'. Nadat de debaters nog een derde maal
het woord hebben gevoerd en er verder niemand uit de vergadering oppositie
wil voeren is er nog gelegenheid voor 'de kritiek'. Die lijkt redelijk openhartig te
zijn geweest. Over het 'gevoerde dispuut' denken de overige leden 'over 't alge-
meen tamelijk gunstig'. De gebezigde bewoordingen beoordeelt men echter als
'min parlementair', terwijl de opponens 'eenigszins verward was en niet beslist
genoeg (heeft) gesproken'. Het oordeel over de stelling is unaniem negatief: 'vrij
onbeduidend en onbelangrijk'. Merkwaardig is dat het verdwijnen van het ge-
noemde wetsartikel uit het BW, als gevolg van de wet op het Nederlanderschap
van - nota bene - 12 december 1892, als we op de notulen mogen afgaan, bij de
discussie op 14 december geen rol speelde!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's