Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 302
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
men gymnasium te hebben. Hbs'ers werden alleen toegelaten na een tentamen
Latijn (dat niet al te moeilijk was) en konden dan nog alleen notariaat studeren.
Pas met een doctoraal notariaat op zak kon aanvullend Nederlands recht ge-
daan worden. Thans kan iedereen met een vwo-opleiding rechten gaan stude-
ren, terwijl ook iedereen toegang heeft die na de havo nog eenjaar hbo (in welke
variant dan ook) heeft gedaan. Deze 'democratisering' van de toelatingseisen
heeft de gemiddelde kwaliteit van de studenten geen goed gedaan. Het is een
van de oorzaken dat de academische belangstelling onder studenten van tijd tot
tijd te wensen overlaat. Dit neemt niet weg dat er nog steeds ook zeer intelligente
en gedreven studenten zijn. Velen van hen zijn actief in de faculteitsvereniging
QBDBD, die ook 123 jaar na haar oprichting een bloeiend bestaan leidt.
298
2 Groei
ra
^ Een andere ontwikkeling, die voor alle universiteiten geldt, betreft de enorme
w groei van de studentenaantallen. De 'democratisering' van de toelating, die ik
^ zojuist noemde, heeft daar voor de juridische faculteiten stellig aan bijgedragen,
i^ maar de toename in kwantiteit is zo groot geweest dat dit ook kwalitatieve con-
g sequentiesheeft. Vanaf het eind van de jaren zeventig schommelde de jaarlijkse
1^ instroom rond de 200 a 250 studenten. In de eerste helft van de jaren tachtig
? werden juridische plaatsingscommissies ingesteld. Dit leidde ertoe dat de gro-
g tere faculteiten, met name Leiden en de Universiteit van Amsterdam, de studen-
S ten die zij niet meer konden plaatsen bij de vu loosden. De aantallen stegen in
o korte tijd naar ruim 600. Daarna zakte het weer iets in, maar momenteel wordt
o een decaan ongerust wanneer er minder dan 600 studenten aankomen.
•o Dit heeft grote consequenties gehad voor het onderwijs. Voor de jaren 1970
S bestond de faculteit vooral uit hoogleraren, vanaf de jaren zestig hoogstens bij-
O
O gestaan door een enkele medewerker. Vanaf ongeveer 1970 nam het medewer-
1- kersbestand enorm toe. De hoogleraren (ook in aantal toenemend, zij het min-
o der snel) bleven van groot belang, maar zij werden de leiders van vakgroepen,
o managers van onderwijs en onderzoek. Dit verklaart dat in de opstellen in dit
boek over de periode na 1980 veel minder dan in het verleden gezichtsbepalen-
de hoogleraren centraal staan. Het gaat nu over de vakgebieden.
De groei had verder tot gevolg dat de contacten met studenten verzakelijk-
ten. Was vroeger de universiteit een gemeenschap, waar de hoogleraren en an-
dere docenten alle studenten bij naam en eigenaardigheid kenden, momenteel
kent men vooral een aantal namen omdat men die herhaaldelijk tegenkomt bij
de schriftelijke tentamens. Het al genoemde pasjessysteem in de huidige huis-
vestingvan de faculteit, het Initium, werkt deze verzakelijking verder in de hand.
Tentamens bij de hoogleraren thuis, of zelfs bij de hoogleraar op zijn kamer op
de universiteit, bestaan nauwelijks meer.
Colleges werden massacolleges. De docenten moesten de studenten vooral
onderhouden. Vanaf de jaren zeventig ontstonden werkgroepen, die bedoeld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's