Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 413
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
Vakgebieden
Kon de ontwikkelingvan de faculteit tot 1980 beschreven worden aan de hand
van de veelal karakteristieke personen van hoogleraren, in de laatste periode is
dat ten gevolge van de zojuist genoemde factoren niet het geval. Wel kunnen
hieronder bij de beschrijving van een vijftal vakterreinen de namen genoemd
worden van hen die daarop in bepaalde subperioden kernposities vervulden.
Daarbij vallen enkele algemene aspecten op die in meerdere of mindere mate
kenmerkend zijn voor alle vakterreinen. Dit zijn: samenwerking tussen secties
en afdelingen, met faculteiten van andere universiteiten, alsmede internationa-
lisering en de publicatie van handboeken. Op personeelsgebied treft naast de
'eigen kweek' de uitwisseling met juridische zusterfaculteiten. Stafleden waren
gepromoveerd te Nijmegen, Leiden, Utrecht, Tilburg, Maastricht en Rotterdam, 409
en aanvaardden na verloop van tijd elders hoogleraarschappen. Meerdere hoog- Z
leraren waren tevens advocaat-generaal bij de Hoge Raad, of stroomden door ca
naar Hoge Colleges van Staat, zoals de Hoge Raad, de Raad van State, de Natio- »
nale Ombudsman. ffi
Op het terrein van het strafrecht trad in 1967 met G.E. Mulder de eerste spe- c
cialist aan. Na hem moeten de namen van J. Remmelink en N. Keijzer gemeld 2
worden, alsmede die van N.W. de Smit (forensische psychiatrie). Na hen die van ^
T.M. Schalken en J.W. Fokkens. J. Naeyé was een centrale figuur in de interfacul-
taire en interuniversitaire samenwerking op het gebied van de politiewetenschap-
pen. Ook vraagstukken van euthanasie en internationaal strafrecht kwamen
aan de orde. De secties strafrecht en criminologie (H.G. van de Bunt) fuseerden
in 1998.
Op het terrein van het privaatrecht vertrok G.H. A. Schut (uit een oude vu-fa-
milie) in 1983 naar het gerechtshof Amsterdam, omdat hij de invoering van de
voorwaardelijke financiering in strijd achtte met de academische vrijheid. Na
hem kwamen A.J.O. baron van Wassenaer van Catwijck, F.H.J. Mijnssen en W.H.
Heemskerk. Ook J.E. Doek, T.J. van de Ploeg en B. Wessels moeten genoemd
worden. Jeugdrecht en kerk en rechtwaren belangrijke thema's, evenals de sa-
menwerking tussen overheid en particulier initiatief (samen met de afdeling
staats- en bestuursrecht). De Rechtshulp vu, het initiatief inzake sociale advoca-
tuur uit de jaren zeventig, werd in 2008 opgeheven. De Zuidas-master bleek een
succes. Daaraan is o.a. de naam van A.F. Verdam, zoon van RJ. Verdam, verbon-
den.
In 1958 werd door een wijziging van de w w o de notariële studierichting in de
faculteit geïntegreerd. Van de pioniers vertrok Th.A. Versteeg in 1971 en P.L.
Dijk in 1986. Van hun opvolgers zijn hier te noemen J.K. Moltmaker (belasting-
recht) en G. van der Burght, welke laatste veel aan de internationalisering bij-
droeg. Met de collega's van de Amsterdamse zusterfaculteit werd vruchtbaar
samengewerkt, maar deze laatstgenoemde opleiding zal in 2018 worden opge-
heven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's