Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 37
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
lutie, dat in 1881 verscheen, schreef hij dat geloof en wetenschap n o o i t m e t el-
kaar in strijd kunnen zijn, dat Gods woord alleen maar door wetenschap bevestigd
wordt, er zelfs een steun voor is, een toetssteen bij de beoordeling van de resul-
taten.*" Overigens leefde Fabius in het nederige besef dat de menselijke vertaling
van de openbaring 'voor Gods oog onheilig broddelwerk' zou zijn. Toch was het
geen geringe taak die de eerste vu-mannen op zich namen. Het was zelfs van een
grote pretentie en ambitie. Het was een diep besef dat de hele persoonlijkheid
doortrok. Het waarnemen, denken en voelen werd erdoor gekleurd. Het leidde
tot roeping, dadendrang en onontkoombaar plichtsbesef, een heilig moeten.
Groen van Prinsterer
Fabius verkeerde sterk onder de invloed van de negentiende-eeuwse historicus 31
en politicus Guillaume Groen van Prinsterer (1801-1876).^ De vijftigjaar jongere a
Fabius heeft diens laatste jaren persoonlijk meegemaakt. Hij heeft zijn werken ^
grondig bestudeerd en raakte dermate doordrenkt van zijn opvattingen dat hij ^
hem zijn leven lang uitbundig in zijn geschriften bleef citeren. De commentato- cê
ren van Fabius zijn het geheel met elkaar eens: hij was een trouwe discipel van "
Groen, gaf zijn ideeën door, maar voegde daar zelf niet veel aan toe. Het is niet w
goed mogelijk door te dringen in de denkwereld van deze eerste hoogleraar zon- a
der iets te weten over Groen van Prinsterer. «
O
Groen synthetiseerde een aantal inzichten betreffende geschiedenis, voor- 0
zienigheid (de hand van God in de geschiedenis), politiek en ordening van de ^
samenleving op een manier die voor Nederland nieuw was. Zijn invloed op het *
orthodox-protestantse deel van de bevolking is groot geweest, vooral na zijn ?
dood.** Groen verrichtte veel historisch onderzoek, in het bijzonder naar de ge- «
schiedenis van Nederland in vroegere eeuwen. Dit leidde tot een omvangrijk en £
voor gelovigen zeer inspirerend oeuvre. Groen stond sterk onder invloed van de
destijds invloedrijke historische (rechts)school. Hij ging ervan uit dat het recht bij
ieder volk een eigen karakter vertoont, evenals taal, zeden en gewoonten. Het
was ontstaan en gegroeid in een proces van eeuwen, als het resultaat van een or-
ganische en dynamische wisselwerking tussen volkskarakter en recht. Het was
gegroeid als een uiting van een collectief bewustzijn, en zou zich blijven ontwik-
kelen. Dit is een zienswijze die respect impliceert voor het historisch gewordene.
Ik ga hier voorbij aan allerlei complicaties bij deze zienswijze.
Een tweede element, alom aanwezig in Groens werk, was het geloof in Gods
leiding, niet alleen van mensen individueel, maar ook van volkeren.' Hij geloof-
de in een niet direct kenbare bovennatuur die zou inwerken op het wereldge-
beuren. Groensvoorzienigheidsgeloof betrof alleen zeer grote historische lijnen.
Hij zweeg wat dit betreft over zijn eigen tijd. In Groens religieuze geschiedbe-
schouwing komen zijn inzichten ontleend aan de historische school en zijn
voorzienigheidsgeloof samen. De stelling: 'geloof leidt tot zegen, ongeloof tot
verval' speelt in zijn werk een grote rol.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's