Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 40
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
tm^-mif
eiste eigenschappen die hem wezensvreemd waren. Concessies doen aan de
praktijk van het leven kon hij niet. Hij boog niet mee, toch is hij zijn partij altijd
trouw gebleven.
Fabius' conservatisme
Fabius ging uit van de gereformeerde beginselen, de Bijbel en de Formulieren
van Enigheid, zoals die door de Synode van Dordrecht (1618-1619) waren vastge-
steld. Hij was hiervan doortrokken. Zijn persoonlijke geloofsbeleving is wel ge-
kenmerkt als 'piëtistisch', maar toch ook 'dogmatische belijnd'." Zijn maat-
schappelijke overtuigingen zag hij niet als persoonlijke vooroordelen, maar
waren voor hem onontkoombare consequenties van zijn geloof. Hij bleef ze
34 trouw, zijn hele leven. In een interview'^ vertelde hij dat hij in zijn jonge jaren
^ niet uitgesproken rechtzinnig was geweest, maar al wel afkerig van het liberalis-
2 me en de moderne theologie. Langzamerhand was hij steeds meer orthodox ge-
a worden onder invloed van schrijvers als de conservatieve lutheraan F.J. Stahl.
> Zijn hartsvriend, de piëtistisch ingestelde, alom gerespecteerde dominee Wil-
^ lem van den Bergh (1850-1890), moet veel voor hem betekend hebben.'^
o Zijn beeld van de geschiedenis kwam overeen met dat van Groen van Prins-
^ terer. Historisch gegroeide waarden, normen en instituties verkeerden voor
m hem in een sfeer van eerbied en geheiligde onschendbaarheid. Maatschappelijke
w ongelijkheid, de Reformatie en Nederlands miraculeuze bloei in de Gouden
Q Eeuw zag hij als Gods werk. 'Het Calvinisme is in het levensbloed van ons volk
5. gemengd.''*^ De calvinistische impuls van die bloei was intussen in versukkeling
§ geraakt. De calvinisten van zijn eigen tijd moesten daarom weer ten strijde trek-
r ken. Hij zag tijdens zijn leven een groei van de staatsinterventie in het alledaag-
^ se leven en maakte mee dat zijn medestrijders hieraan steeds meer concessies
% deden. Dit riep sterke emotionele weerstanden bij hem op. Men zou verwachten
dat hij in de loop van zijn leven wat zou bijdraaien. Maar zijn toespraak 'Verleden
b en toekomst', vijftig jaar na zijn oratie, eenjaar voor zijn dood, laat hierover geen
^ twijfel bestaan: hij was nog niets opgeschoven. Intussen waren de tijden wel de-
ts
gelijk en ingrijpend veranderd.'^ Het contrast tussen Fabius en de wereld was
steeds groter geworden.
Kenmerkend in dit opzicht waren zijn opvattingen over maatschappelijke
ongelijkheid. Standsverschillen zag hij als 'door den Heere zelf gewrocht'. Aan
gezag viel niet te tornen. Zondag 39 van de Heidelbergse Catechismus roept im-
mers op tot eer, liefde, trouw en gepaste gehoorzaamheid ten opzichte van allen
die van God gezag ontvangen hebben. Men moest geduld hebben met eventuele
zwakheden en gebreken van gezagsdragers.'' Men moest tevreden zijn met wat
God geeft.''' De wens van de knecht om als zijn heer te leven was voor Fabius de
essentie van het socialisme, een gevaarlijk inkruipsel. De knecht zag hij als 'de
mensch, wiens plaats is op het grondvlak der maatschappelijke pyramide'.^"
Wie het emancipatiestreven zou laten voortkankeren, 'wrikt mee aan het ge-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's