Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 336
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
In ongeveer dezelfde tijd dat Rechtshulp vu verdween werd als nieuwe mas-
teropleiding de zogenaamde Zuidas-master (ondernemingsrecht) opgezet, ge-
noemd naar het financieel-juridische conglomeraat dat naast de vu-campus in
Buitenveldert was verrezen. De zojuist genoemde hoogleraren vormden een be-
langrijk deel van de docenten van deze master. Bij de Zuidas-master werd sa-
mengewerkt met een aantal advocatenkantoren aan de Zuidas. Studenten die
deze master wilden volgen dienden door een kantoor voor een stageplaats te
zijn geselecteerd. De animo was behoorlijk. Jaarlijks konden ongeveer twintig
studenten deelnemen.
Programmering van onderzoek
332 Op het gebied van onderzoek is er sinds de jaren zeventig veel veranderd. Des-
'^ tijds was het onderzoek van aan de faculteit verbonden hoogleraren en mede-
< werkers voornamelijk persoonsgebonden. Nieuwe medewerkers zetten zich aan
H een proefschrift over een onderwerp dat zij zelf kozen, de reeds gepromoveer-
^ den publiceerden over onderwerpen die hun interesse hadden.
5 Dat veranderde sterk in de jaren tachtig met de zogenaamde voorwaardelijke
^ financiering. Toen moesten faculteiten hun onderzoek onderbrengen in pro-
E gramma's en werden ze gefinancierd voor onderzoek op basis van de binnen de
programma's geproduceerde publicaties. Dat bracht ook voor de vakgroep pri-
vaatrecht grote veranderingen mee. De hoogleraren en onderzoekers moesten
nu hun onderzoek programmeren. Dat behoefde aanvankelijk nog niet zo speci-
fiek. Onder de titel 'Nieuw BW en Invoeringswet BW' (1984-1990) en later 'Invoe-
ringvan het Nieuw BW, implementatie na emancipatie', in 1995, 'Burgerlijk recht,
uitbouw, verdieping en internationalisering' deed iedereen min of meer zijn eigen
onderzoek onder een enigszins gekunstelde gemeenschappelijke vlag." Delen
van het onderzoek van privaatrecht maakten deel uit van lus Civile, een samen-
werkingsprogramma van verschillende Nederlandse en Belgische juridische fa-
culteiten. In het algemeen werd het programma niet per persoon beoordeeld en
werden degenen die weinig of niets publiceerden 'gedekt' door degenen die veel
publiceerden. Hoewel naar mijn weten niemand sancties heeft ondervonden
van deze nieuwe onderzoeksbenadering heeft deze zonder meer tot een andere
visie op en praktijk van het onderzoek geleid. Het uitgangspunt was geworden
dat onderzoek tot resultaten moest (kunnen) leiden. De voorheen wel als geldig
ervaren verklaring dat iemand niet had gepubliceerd 'omdat het tegen zat', werd
niet meer als voldoende geaccepteerd.
Het aio-onderzoek dat in dit kader werd opgezet heeft heel wat opgeleverd.
Ik noem hier een aantal op grond van onderzoeksplannen tot stand gekomen
proefschriften: E. Lutjens,Pensioenvoorzieningenvoorwerknemers (1989), C.H.C.
Overes, Besturen en medezeggenschap in het bijzonder onderwijs (1995), A.A.W. van
Unen, De wet op de jeugdhulpverlening; overheid ofparticulier initiatief? (1996),
S.G.M. Buys, Sponsoringvan verenigingen en stichtingen (1998), C.A.M. van de Paverd,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's