Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 58
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
deur voor hem dicht. Aan zijn schoonvader Hovy deelde hij mee dat hij de uni-
versiteitwilde verlaten, omdat hij niet meer met Kuyper in één college kon zitten
wegens diens voor zijn vader krenkende biografie over Keuchenius.^^ In decem-
ber 1895 nam hij ontslag als hoogleraar, nadat hij in november tot rechter was
benoemd in de Haagse arrondissementsrechtbank.
Zijn vader hield het nog eenjaar langer vol aan de Vrije Universiteit, hoewel er
weinig vreugde meer aan te beleven viel. Hij gaf geen college meer en verscheen
ookniet meer in de vergaderingen van de senaat. In het najaar van 1895 publi-
ceerde hij de brochure De aanval op Seinpost en mijn antwoord, waarin hij de tegen
hem aangevoerde beschuldigingen bestreed en de gevolgde procedure laakte.
Eind juni 1896 kwam de commissie van enquête gereed met haar rapport. Ver-
52 rassend was de uitkomst niet, want van meet af aan had men slechts naar ar-
^ gumenten gezocht om Lohman te kunnen ontslaan." Op 2 juli 1896 stemde de
m jaarvergadering van de Vereeniging te Leeuwarden in met de conclusie van de
M commissie van enquête, dat de gereformeerde beginselen in het onderwijs van
N Lohman niet tot hun recht kwamen. Op 12 september diende Lohman zijn ont-
o slag als hoogleraar in, hetgeen hem met ingang van 1 oktober 1896 eervol werd
P verleend. Als laatste saluut aan de Vrije Universiteit publiceerde hij ten slotte de
" brochure De correspondentie over mijn ontslag als hoogleeraar aan de Vrije Univer-
siteit (Utrecht 1896), waarin hij de gang van zaken nog eens aan de hand van de
5 stukken toelichtte.
w Lohman was zo gegriefd over zijn ontslag aan de Vrije Universiteit, dat hij
g eenjaar lang elke persoonlijke omgang met Kuyper meed en zelfs weigerde hem
^ de hand te drukken. Omdat zij elkaar dagelijks in de Tweede Kamer tegenkwa-
"^ men, werd deze toestand op den duur onhoudbaar. Daarom herstelde Lohman
2 eenjaar later het zakelijk contact, met een schrijven van 19 april 1897, waarmee
^ een basis werd gelegd voor hun politieke samenwerking in de toekomst: 'Dat ik
te
mijn vrijheid van spreken en oordeelen, ook in het openbaar, wensch te behou-
" den, eene vrijheid waarvoor ik veel heb opgeofferd, spreekt vanzelf.'"
< Lohman bleef sindsdien distantie in acht nemen jegens de persoon van
g Kuyper, maar steunde hem in politieke kwesties waar dat mogelijk was. Vooral
S tijdens Kuypers premierschap (1901-1905), toen Lohman in feite als leider van
o de regeringspartijen in de Tweede Kamer optrad, waren zijn adviezen en steun
2 van grote waarde. Dat Lohman geen rancune tegen de Vrije Universiteit meer
>
z koesterde, bleek bij de behandeling van de hoger-onderwijswet van Kuyper in de
jaren 1904-1905. Ondanks zekere reserves gaf Lohman zijn stem aan de wet, die
aan de diploma's van de Vrije Universiteit de effectus civilis toekende en daar-
door een verdere ontwikkeling van de universiteit mogelijk maakte. Op zijn
beurt mocht Lohman de voldoening smaken dat zijn handboek Onze constitutie
in 1903 door Fabius aan zijn studenten werd voorgeschreven.^" Zo ongereformeerd
was zijn onderwijs dus blijkbaar ook weer niet geweest.
Voor A.F. Lohman was zijn afscheid van de Vrije Universiteit behalve een des-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's