Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 115
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
Toch had hij in zijn boek slechts op voorzichtige wijze een standpunt inzake
de doodstraf ingenomen dat in Nederland al decennialang breed aanvaard was.
Hoe kon daardoor zo'n beroering ontstaan?
De beschuldigingen van H.H. Kuyper
Aanjager van de ophef was de oudste zoon van Abraham Kuyper, Herman Huber
Kuyper.^** Hij was in die dagen hoogleraar theologie aan de vu en hoofdredacteur
van het in gereformeerde kringen gezaghebbende weekblad De Heraut. In elf arti-
kelen, verschenen tussen 9 november 1924 en 18 januari 1925, boorde hij het boek
de grond in. Op het eerste gezicht richtte Kuyper zijn pijlen op Zevenbergens
standpunt inzake de doodstraf, maar zijn woorden hadden een veel wijdere
strekking. 111
Kuyper junior verwees naar artikel 2 van de statuten van de Vereeniging voor O
M
Hooger Onderwijs op Gereformeerden Grondslag, waarin stond dat het onder- ^
wijs aan de vu op basis van de gereformeerde beginselen moest worden gegeven. ^
Het leerboek van Zevenbergen voldeed volgens hem in het geheel niet aan die cc
eis. Nergens trof hij een poging aan om het 'goddelijk recht' te vertalen in posi- ^
tief recht. Ook in het andere werk van Zevenbergen had Kuyper weinig pogingen "
aangetroffen een gereformeerd geïnspireerde rechtswetenschap tot stand te m
brengen. Bijna elk woord van Zevenbergens korte ingetogen tekst over de dood- «
straf werd door Kuyper op zijn weegschaal gelegd en te licht bevonden. ö
Twee dingen rekende hij hem zeer aan. Ten eerste: Zevenbergen had ge- ^
schreven dat goddelijk recht voor mensen onkenbaar was, en dus niet (zomaar) *
te vertalen in positief recht.^^ Ten tweede: hij had zich de vrijheid veroorloofd
bepaalde Bijbelteksten niet op te vatten als de onontkoombare bevelen van God. «
In plaats daarvan had hij zich ingelaten met (moderne) doelmatigheidsargu- £
menten en zelfs voorzichtig het woord volksconsciëntie laten vallen. Verder
kreeg Zevenbergen nog een lange serie verwijten over details. De aarzelende stijl
waarmee hij zijn ketterijen onder woorden had gebracht werd door Kuyper be-
schouwd als teken van zwakte.
Kuyper meende uit het leerboek af te kunnen leiden 'in welke richting zich
het onderwijs aan onze Hoogeschool zich beweegt'.^" Hij vond dat Zevenbergen
de roeping, die hij als vu-hoogleraar zou moeten hebben, ernstig verzaakte: 'De
roeping van den man van wetenschap die bij het licht van Gods Woord ons volk
leeren zal, wat op het gebied van het strafrecht de ordonnantiën Gods zijn.'^^
Zevenbergen kreeg hierdoor in het openbaar van Kuyper het bevel zijn stand-
punt onweerlegbaar te baseren op gereformeerde grondslag.
Kuypers aanval trok de aandacht. Het antirevolutionaire Tweede Kamerlid
dr. J.G. Scheurer, tevens een van de curatoren van de vu, schreef dreigend dat
Zevenbergen hier niet zomaar mee weg zou kunnen komen.^^ Het socialistische
dagblad Voorwaarts meldde dat de zo gemoedelijke Scheurer wild was geworden
en kettervlees rook." Hetchristelijk-historische dagblad De Nederlander schreef
ti..ii^ilj^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's