Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 369
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
keiijk ook bezig met het economisch bestuursrecht, werkt met Drupsteen en De
Haan aan opeenvolgende drukken van Bestuursrecht in de sociale rechtsstaat. La-
ter zal hij zich op het vreemdelingenrecht richten, waarin hij in 1990 aan de UvA
zal promoveren, en dat hem eenjaar later een leerstoel in Nijmegen oplevert
(waar hij sinds 1985 reeds uhd is). Begin eenentwintigste eeuw is hij een perio-
de Nationale Ombudsman. Drupsteen specialiseert zich in het ruimtelijk orde-
ningsrecht en milieurecht, in welk vak hij in 1981 buitengewoon hoogleraar in
Leiden zal worden, aldaar later omgezet in een ordinariaat bestuursrecht, dat
hij uiteindelijk zal verruilen voor het lidmaatschap van de Raad van State. Boon,
ten slotte, promoveert in 1982 aan de v u op het recht van enquête. Hij brengt
het ook tot hoogleraar, en wel staatsrecht aan de Open Universiteit.
De faculteit heeft beginjaren tachtig veel studenten, dus ook in de verplichte 365
vakken die de vakgroep aanbiedt. Niettemin weet men de onderwijsinspanning M
van de medewerkers beperkt te houden: er wordt een bescheiden aantal (zes) 2
keuzevakken aangeboden, in de twee staatsrechtelijke vakken worden geen 2
werkgroepen gegeven, en men zet student-assistenten in om tentamens na te c
kijken. ^
In 1982 vestigt de Stichting Bijzondere Leerstoelen Onderwijsrecht (SBLO), «
een stichting gelieerd aan de protestants-christelijke onderwijskoepel BPCO, M
een bijzondere leerstoel onderwij srecht aan de vu. Eerste leerstoelhouder is mr. «i
H. (Henk) Drop. Drop is al sinds 1955 secretaris van de Onderwijsraad, en in K
1964 gepromoveerd op een dissertatie over dat adviescollege. De leerstoel resul- *
teert in een keuzevak en een handboek onderwij srecht. Als Drop in 1987 lid (in N>
buitengewone dienst) van de Raad van State wordt, wordt hij opgevolgd door K
mr. A. (Andries) Postma. Postma is in 1977 aan de v u gepromoveerd op een dis- -'
sertatie over de kinderwet-Van Houten, en is wetenschappelijk hoofdmedewer-
ker in Groningen. Hij zal de leerstoel onderwij srecht tot 1998 bekleden. Hij is
van 1983 tot 1999 lid van de Eerste Kamer voor het CDA.
Als Borman in 1985 lid van de Raad van State wordt, wordt hij opgevolgd door
mr. J.J. (Joop) Oostenbrink. Oostenbrink is in 1967 in Utrecht gepromoveerd op
een proefschrift over administratieve sancties. Na Utrecht volgt een hoogleraar-
schap aan de faculteit sociale wetenschappen van de vu, waarna hij in 1985 over-
stapt naar de rechtenfaculteit. Hoewel geen veelschrijver, heeft Oostenbrink de
bestuursrechtwetenschap wel degelijk verder gebracht. Thans wordt handha-
ving (hij is de eerste die de betekenis van dit leerstuk ziet) als onmisbaar onder-
deel van het bestuursrecht gezien. Ook de beginselen van behoorlijke wetgeving,
waarover hij in 1973 oreert, zijn Oostenbrinks ontdekking.
Het vertrek van Drupsteen en Fernhout wordt gecompenseerd door de aan-
stelling van mr. H. (Herman) Bolt als universitair hoofddocent en mr. J.A. (André)
Hofman als universitair docent. Bolt is in 1985 in Groningen gepromoveerd op
een dissertatie over de voorlopige voorziening. Hofman promoveert in 1995 bij
De Ru op het briefgeheim. In deze periode wordt de vakgroep verder versterkt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's