Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 184
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
bogen de faculteitsleden zich, met uitzondering van Anema, over de opvolging
van Rutgers. Op de senaatsvergaderingvan 27 maart had Oranje in het bijzijn van
alle hoogleraren Rutgers herdacht als een principieel geleerde en een moedig
verzetsman.
Op de laatste faculteitsvergadering in de oorlog, op 11 april 1945, vestigde
Dooyeweerd de aandacht op oudminister Jan Donner, vader van A.M. Donner,
als eventuele kandidaat voor het hoogleraarschap voor strafrecht. Voor strafvor
dering en Romeins recht stelde hij mr. J.H. Drenth voor. Volgens Dooyeweerd had
de laatste een uitstekend proefschrift geschreven over de historische ontwikke
lingvan het strafproces. Voor de vacature in het volkenrecht vestigde hij de aan
dacht op mr. J.C. Baak, advocaat en procureur en een goede vriend van Dooye
180 weerd. Hij was in 1926 in Leiden gepromoveerd op een actueel proefschrift over
öo het moderne volkenrecht. Opvallend was zijn studie uit 1937 over de wijsgerige
5K grondslagen van het fascisme. Dooyeweerd had daar juist kritiek op geleverd,
2 "^ omdat hij van mening was dat Baak te objectief over het verwerpelijke fascisme
had geschreven.^" Van zijn kant had Baak eerder milde kritiek geuit op het zijns
n
s S inziens subjectieve karaktervan Dooyeweerds wijsbegeerte derwetsidee.^^ Dooye
weerd had voor Baak een buitengewoon hoogleraarschap op het oog, maar naar
>
c ^ zijn mening zou hij ook zeker geschikt zijn als gewoon hoogleraar strafrecht,
r ö
mocht Donner niet beschikbaar zijn voor die post. RA. Diepenhorst was echter
^ van mening dat Baak zich niet met de grondslag van de vu zou kunnen verenigen,
2 o
PI
ö
wat door Dooyeweerd heftig bestreden werd. Dooyeweerd zegde toe Baak naar
diens 'principieel standpunt' ten opzichte van de vu te bevragen. Anema zou ook
S om een oordeel worden gevraagd.
•^ Op de eerste faculteitsvergadering na de bevrijding, 12 mei 1945, gaf Anema
z te kennen dat naar zijn overtuiging Baak zich inderdaad niet thuis zou voelen in
^ het gereformeerd milieu. Vermoedelijk waren Diepenhorst en Anema tot die stel
^ lige overtuiging gekomen, omdat Baak zich in dejaren vóórde oorlog krachtig
had ingezet voor de oecumenische beweging. Maar Dooyeweerd wist dat Baak
zich juist daarna was gaan verdiepen in de calvinistische wijsbegeerte en koester
de dus veel vertrouwen in hem. Hij zou bovendien ter vergadering van 18 mei 1945
een schriftelijke verklaring van Baak overleggen, waaruit bleek dat deze instem
de met de grondslag. Oranje zou contact opnemen met J. Donner. Toen deze niet
beschikbaar bleek voor strafrecht en strafproces, werd besloten toch LA. Die
penhorst voor die leerstoel voor te dragen. Voor Romeins recht viel de keuze op
RJ. Verdam.^^
Baak werd inderdaad na de bevrijding voorgedragen als buitengewoon hoog
leraarvolkenrecht. De benoeming zou echter niet geëffectueerd worden, omdat
hij op 25 augustus 1945 op 48jarige leeftijd kwam te overlijden.^^ Wel werden in
1945 benoemd RJ. Verdam voor Romeins recht, A.M. Donner voor staatsrecht,
LA. Diepenhorst voor strafrecht en N. Okma voor privaatrecht. Allen jonge
alumni van de eigen faculteit, zodat er volgens LA. Diepenhorst in zijn latere ge
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's