Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 41
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
bindte onzer maatschappij'." Hij voelde, net als vele anderen in de negentiende
eeuw, een diep heimwee naar de middeleeuwse standensamenleving. Hij zag
deze door hem geïdealiseerde samenleving van weleer als een organisme, een
raderwerk waarvan de delen voor elkaar onmisbaar waren. Ongelijkheid was
voor hem inherent aan de veelkleurigheid van Gods schepping. Heren en knech-
ten hadden elkaar juist nodig in een door God bedoeld en geheiligd organisch
verband, met morele verplichtingen over en weer. Een maatschappij zonder
organische bindingen noemde hij 'atomisch', alleen te vergelijken met los zand.
Hij zag zijn eigen samenleving tot zijn grote onvrede in die richting evolueren.
Armenzorg en kiesrecht
In het verlengde hiervan lagen ook zijn uitgesproken paternalistische opvattin- 35
gen over armenzorg. In voorgaande eeuwen was de zorg voor de armen vooral O
een taak van de kerken geweest. Sinds de Franse tijd waren er al vormen van ^
staatsarmenzorg ontstaan om in te springen waar de kerk die taak niet kon ver- ^
richten. Tegen het eind van de negentiende eeuw kreeg deze rol van de staat een ^
steeds groter bereik. Dit was een uitvloeisel van de industriële revolutie en de "
'sociale kwestie'. In de twintigste eeuw werd kerkelijke armenhulp vrijwel ge- w
heel door de staat overgenomen. Fabius keurde deze ontwikkeling sterk af.^^ w
Zijn argumenten tegen staatszorg waren opmerkelijk. Geld via belastingen over- «
hevelen van rijk naar arm was eigenlijk een vorm van diefstal van overheidswege. a
In zijn fantasie zag hij de openbare macht de woning van een meervermogende ^
binnendringen om hem geld af te dwingen. De arme stond dan buiten te wach- »
ten om het in ontvangst te nemen. Daarbij kwam nog dat materieel gebrek vol- ?
gens Fabius niet altijd zo erg was, want God was immers in staat het schamele «
brood en het koude water van de arme te zegenen. Waren de jongelingen in het £
Bijbelboek Daniël, die alleen het gezaaide hadden gegeten en water gedronken,
niet mooier en vetter dan de jongelingen die de spijs van de koning aten?^^ De
rijken, vond hij, hebben de armen meer nodig dan andersom, namelijk om aan
hun plicht tot barmhartigheid te kunnen voldoen. Bovendien zou de rijke zonder
de arme het risico lopen alleen maar aan zijn eigen genot te denken. Maar voor-
dat de arme werd bijgestaan, zou men toch eerst moeten nagaan of het gebrek
van de arme niet voortkwam uit drankgebruik, luiheid of verkwisting. Bad hij wel,
dankte hij de Heer wel voor voedsel? Had hij misschien wel eens gemord als het
brood niet vet genoeg gesmeerd was, of niet met lekkernij belegd? Als de staat
de bijstand aan armen van de kerk zou overnemen, zou dit hulpbetoon buiten
een context van vroomheid, prediking, bidden en danken worden getild.
Fabius werd fel als socialisten opperden dat armen recht zouden hebben op
bijstand en als zij durfden te beweren dat de maatschappij schuldig zou zijn aan
armoede. Een staatsarmenzorg zou, dacht hij, luiheid en moreel verval kweken
en pauperisme bevorderen. In 1931, kort voor zijn dood, werd hij geïnterviewd
door het christelijke tijdschrift Timotheüs.^'^ Men vroeg de toen bijna tachtigjarige
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's