Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 247
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
brandy op diens kamer, niet onmiddellijk opstond toen de wetenschappelijk
medewerker mevrouw Oosterhuis binnenkwam. GertJan kreeg stevig de wind
van voren. Toen mijn voormalige levenspartner Marjet Gunning was gepromo
veerd op het proefschrift Gewaande rechten, over vrouwenemancipatie en het recht
door de eeuwen heen, kreeg ze een hooggestemde, uiterst waarderende brief van
Gerbrandy, die leidde tot een aanhoudende correspondentie. Hij is een fascine
rende en complexe persoonlijkheid.
Gerbrandy had zijn streken, ook tegenover collega's. Toen ik nog voordat het
onrustig werd op de universiteit, en in mindere mate ook op de faculteit een
college van Gerbrandy had gevolgd in een van de zalen van het Provisorium,
kwam de pas benoemde hoogleraar criminologie Herman Bianchi de zaal bin
nen, om mededelingen te doen over de aanvang van zijn reeks doctoraalcolleges 243
in het volgende semester. Hij had kort daarvoor een boek gepubliceerd onder de w
w
titel De vliegengod. Ik was geïnteresseerd in strafrecht en criminologie, en had dat ^
boek gekocht en een poging gewaagd het te lezen. Dat lukte slecht, omdat de tekst >
c
voor mij moeilijk te doorgronden was, maar uiteraard weet ik dat geheel aan ^
mijn onervarenheid en onbelezenheid. Nadat Bianchi zijn praatje had gehouden l^
sprak Gerbrandy hem, ten overstaan van een volle collegezaal met zo'n twee ^
honderd studenten, als volgt aan: 'Zeg Herman, dat boek van jou, waar gaat dat ^
over?? Ik snap er geen bal van!' En dat met die nasale stem. Bianchi had er niet M
van terug. Wij, studenten, luisterden en huiverden. >
Bianchi werd kort daarop mirabile dictu benoemd tot decaan van de rechten o
faculteit, een keuze die met de goede trouw nauwelijks te rijmen valt, gelet op de ja
evidente ongeschiktheid van de door Voskuil in zijn cyclus Het Bureau onder de 2;
naam Ravelli vereeuwigde hoogleraar (hartsvriend van Beerta) voor een derge ^
lijke bestuurlijke functie. Ik zat inmiddels in het bestuur van QBDBD. Ons be *o
stuur kon beschikken over een kamertje in het Provisorium. Toen wij aldaar in ^
vergadering bijeen waren stormde Bianchi binnen. Hij verklaarde veel progres \o
00
siever te zijn dan wij allemaal bij elkaar, en dat ook al jaren te zijn geweest. Maar o
wat wij haddengepresteerdvondhij volkomen verwerpelijk. En weg was hij weer.
Wat hadden wij misdaan? Niet meer dan een bescheiden rol bij het ondersteu
nen van een studenteninitiatief om enige inspraak te krijgen bij de opvolging
van de hoogleraar H.D. van Wijk, een vermaarde en door studenten ook zeer ge
respecteerde specialist in het administratief recht, de man die het standaard
werk Hoofdstukken van administratief recht^ had geschreven en een wegbereider
was op zijn vakgebied. De arme Bianchi, die graag als progressief en innovatief
werd gezien, kon moeilijk omgaan met de harde werkelijkheid. Zijn benoeming
als rechterplaatsvervanger in de rechtbank Amsterdam (hij was ook jurist) was
evenmin een succes: toen hij de set processtukken voor zijn eerste zitting kreeg
toegezonden trok hij zich na kennisneming daarvan, zo werd in de wandelgan
gen althans verteld, vol walging en afschuw uit de onderneming terug, om ver
volgens nooit meer te worden ingeroosterd.
/
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's