Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 185
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
schiedschrijving van de faculteit toen wel gesproken werd van de 'kinderkamer'
van de universiteit/^
Zuivering
Toen de bevrijding dan eindelijk daar was en overal de feestelijkheden losbarst-
ten, moest het gewone leven zo gauw mogelijk weer op gang gebracht worden.
P.A. Diepenhorst stelde op de eerste faculteitsvergadering na de bevrijding, op
12 mei, voor zo spoedig mogelijk te beginnen met het afnemen van de vele exa-
mens, die al waren aangevraagd. Maar daarmee stuitte hij op het verzet van de
enige twee andere collega's die op die vergadering aanwezig waren, Hellema en
Dooyeweerd. Hellema stelde dat examineren nog niet mogelijk was, voordat er
eerst een zuivering onder de docenten en studenten had plaatsgevonden. Dit was 181
ook de richtlijn van het ministerie, waar nu natuurlijk Van Dam niet meer de o
scepter zwaaide.^^ O
Heeft Diepenhorst misschien iets voorvoeld van het verzet van studenten te- ^
gen zijn persoon? In de loop van de maand maakte een aantal studenten, ver- ^
enigd in een studentencontactgroep, er bezwaar tegen dat Diepenhorst terug g
zou keren als docent.^* De studenten beschuldigden Diepenhorst ervan studen- >
ten die hem om advies hadden gevraagd, aangeraden te hebben de loyaliteits- a
verklaring te tekenen, in flagrante strijd met het standpunt van de rector, de *
senaat en de colleges van directeuren en curatoren. Directeuren en curatoren £
o
stelden daarop een commissie in, bestaande uit de curator mr. J. Verdam en de o
directeuren mr. H. Bijleveld en mr. G.H.A. Grosheide, om met Diepenhorst de S
klachten te bespreken. Hij kreeg de vrijheid zo lang te wachten met het geven van m
colleges totdat er een besluit zou zijn gevallen.
Tot zijn verdediging voerde Diepenhorst aan dat hij de gewraakte adviezen
had gegeven, toen het officiële standpunt van de vu nog niet bekend was. Hij
zou de studenten zelfs hebben aangeraden nog maar even te wachten, totdat de
vu een standpunt zou hebben ingenomen. Een andere beschuldiging van de
studenten, dat hij als voorzitter van de CBTB lid zou zijn geweest van de Neder-
landse Landstand, de nationaalsocialistische landbouworganisatie, kon hij ge-
makkelijk weerleggen. Directeuren en curatoren hadden er dus geen enkele
moeite mee de door hen zeer gewaardeerde Diepenhorst in functie te laten. Maar
Oranje was het daarmee niet eens. Hij was van mening dat Diepenhorst vanwege
zijn algemeen slappe houding tijdens de oorlog ontslagen zou moeten worden,
ook al had hij daarvoor geen objectief'feitenmateriaal'. Hij doelde onder meer
op het gebrek aan inzet van Diepenhorst bij het hooglerarenverzet, waaraan hij-
zelf en Rutgers zo'n belangrijk aandeel hadden geleverd. Diepenhorst veront-
schuldigde zich op dit punt en voerde zijn zwakke gezondheid als excuus aan.
Oranje moest ten slotte zijn verzet opgeven. Diepenhorst moest wel aftreden als
voorzitter van de CBTB, omdat hij korte tijd, in de zomer van 1941, bereid was
geweest met de Duitsgezinde commissie voor de productieslag tot opvoering van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's