Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 371
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
zodanig, deels met de manier waarop zij door de faculteit en de afdeling wordt
ingevuld. Aio's zijn pas afgestudeerde academici, die dus ook een academisch
aanvangssalaris moeten krijgen, net als hun collega's die elders op de arbeids-
markt werkzaam zijn. Maar omdat zij in opleiding zijn, wordt daar een - forfai-
tair - deel van afgetrokken, dat ze als het ware in natura ontvangen. Dat levert
een salaris op dat, in het eerste jaar in ieder geval, onder bijstandsniveau ligt.
Nu is dat nog wel te overzien - het is nog altijd meer dan waar men als student van
moest rondkomen -, maar de rechtenfaculteiten hebben geen specifieke oplei-
ding voor onderzoekers en ook geen idee hoe die eruit zou moeten zien. Dan wordt
de salariskorting natuurlijk wel een stuk lastiger te verdedigen. Helemaal moei-
lijk wordt dat, als de aio's stevig worden ingezet in het onderwijs (werkgroepen
geven, tentamens nakijken), terwijl de begeleiding door hun promotoren min- 367
der frequent en intensief is dan men zich had voorgesteld. Dit gevoegd bij het w
feit dat voor deze grote aantallen nieuwe medewerkers geen kantoorruimte be- Z
schikbaar is, hetgeen wordt opgelost door ze met zijn allen in een kamer te zet- 2
ten en dit als 'kantoortuin' aan te duiden, is voldoende reden voor ergernis. e
?
Die ergernis sluimert al enige tijd, als in 1989 moet worden voorzien in de vaca- ^
ture staatsrecht, veroorzaakt door het emeritaat van Prins. De benoemingsad- M
viescommissie besluit een op zichzelf uiterst capabele kandidaat van buiten de »J
vu voor te dragen. Onder de dan vigerende onderwijswetgeving heeft de vak- ^
groep het recht van inspraak, en als de voordracht wordt besproken, lopen de *
gemoederen hoog op. Enkele promovendi vrezen dat De Ru, de andere kandi- tj
daat, de vu zal verlaten, waarmee de begeleiding van hun proefschrift in gevaar K
o
komt. Ook speelt een rol dat de beoogde kandidaat van de 'juiste' politieke kleur -'
is, hetgeen bij sommigen het vermoeden van een politieke benoeming doet rij-
zen. Oostenbrink, inmiddels vakgroepsvoorzitter geworden, zit de vergaderin-
gen voor. Hij is een aimabel persoon, een echte calvinist, rechtlijnig maar altijd
fair. Deze eigenschappen blijken nu in zekere zin een handicap. Hij heeft niet al-
tijd evenveel oog voor wat zich in de uithoeken van de afdeling afspeelt (het bleek
ook al bij de onrust onder de aio's), en hij heeft de weerstand tegen de voor-
dracht, noch de heftigheid ervan, zien aankomen. Het grijpt hem zichtbaar aan
en zal zijn beslissing om vroegtijdig met emeritaat te gaan, niet negatief hebben
beïnvloed. Het probleem dat aanleiding vormde voor het hierboven beschreven
conflict wordt onverwacht vanzelf opgelost doordat de beoogde kandidaat - om
redenen die met het conflict niets van doen hebben - besluit op zijn eigen uni-
versiteit te blijven, waarmee er alle ruimte is om De Ru per augustus 1990 op het
ordinariaat staatsrecht te benoemen.
Het is inmiddels de tijd geworden van 'voorwaardelijk gefinancierd onder-
zoek', dat wil zeggen dat de eerste geldstroom niet zomaar voor onderzoek mag
worden gebruikt, maar dat deze programmatisch moet worden georganiseerd.
Zoals vele andere juridische vakgroepen, kiest ook staats- en bestuursrecht voor
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's