Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 195
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
andere ontwikkeling die zich in die tijd voltrok, namelijk de intensivering en
verbreding van het wetenschappelijk onderzoek. De vele medewerkers die het
'corpus docentium" kwamen versterken, mede dankzij de verhoogde subsidië-
ring van de vu, hadden niet altijd hun handen vol aan het geven van onderwijs,
maar konden ook tijd besteden aan eigen onderzoek. Afgesplitste en nieuwe
leerstoelen, zoals forensische psychiatrie (N.W. de Smit), internationaal privaat-
recht (D. Kokkini-Iatridou) en rechtssociologie (achtereenvolgens A. Hoekema
en E. Blankenburg), brachten hetzelfde effect met zich mee. Er kwam niet alleen
een groter pakket keuzevakken, maar ook meer specialistisch onderzoek, bijvoor-
beeld grondgebruikrecht (P. de Haan en Th.G. Drupsteen), vreemdelingenrecht
(J.A. Borman en R. Fernhout) en waterschapsrecht (H. van der Linden).
Interdisciplinair onderzoek gedijde eveneens goed in de tijd van relatief ster- 191
ke groei. Een voorbode vormde de al vóór i960 opgerichte politiek-sociale inter- w
faculteit (voluit: de verenigde faculteiten van rechtsgeleerdheid, letteren en ^
wijsbegeerte en economische wetenschappen). Daartoe behoorde een aantal ^
docenten van de juridische faculteit, terwijl omgekeerd onder meer een politico- *
loog als J.J. de Jong en een bestuurskundige als H.A. Brasz tot de docenten aan Ü
de juridische faculteit werden gerekend. Deze mate van interdisciplinaire samen- ^
werking heeft geen stand gehouden nadat de faculteit van de sociale weten- ^
schappen van start was gegaan. Wel bleef tot opde dag van vandaag het crimino- M
logisch instituut bestaan, dat onder leiding van Herman Bianchi jarenlang met >
sociologen en politicologen gehuisvest was aan de Koningslaan, tot het in 1967 Q
in Buitenveldert beter zichtbaar werd als onderdeel van de juridische faculteit. ^
Daar werd het niet altijd voldoende gewaardeerd. Wel leverde het mede een gun- z
stige voedingsbodem voor de opkomst van historisch onderzoek: 'strafrechtsge- ^
schiedenis' (Sjoerd Faber) en 'historische criminologie' (Sibo van Ruller). Ook «
de politiewetenschappen (Jan Naeyé) en de samenwerking met de centrale inter- ^
faculteit zijn hier te noemen. Aan het eind van de hier behandelde periode diende 5
zich een nieuwe loot aan, want de studiegids 1980-1981 maakt melding van een o
vacature voor een buitengewoon hoogleraar juridische informatica.
Waren onderzoek en onderzoeksplanning onderhevig aan golfbewegingen,
mode en toeval, het onderwijs vormde een meer constante factor. Dat gold ook
voor degenen die daarvoor zorgden. Sommige docenten besteedden aan het on-
derwijs en onderwijsgerelateerde activiteiten zeer veel, zo niet al hun tijd. Zeker
als het gaat om de tijd na de opkomst van de wetenschappelijke medewerkers
kunnen we wat dat aangaat niet meer alleen spreken over de inbreng van hoog-
leraren. Noemen we hier slechts de drie docenten die vóór 1980 in dienst
kwamen en voor wie het werk aan de faculteit tot op vandaag hoofdtaak vormt:
K. Blankman, J.H. Dondorp enj. Zwart.
/
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's