Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 229
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
De maatschappelijke betrokkenheid van Diepenhorst, waarvan deze publi-
caties een manifestatie zijn, resulteerde al spoedig in een regelmatig optreden
voor de NCRV-radio. Van 1951 tot 1963 gaf hij in de rubriek Volk en 5toaï uitdruk-
king aan zijn visie op actuele politieke en staatsrechtelijke ontwikkelingen. In
datzelfde jaar 1951 trad hij toe tot het bestuur van de vereniging voor blinden,
slechtzienden en meervoudig gehandicapten 'Bartiméus'. In 1954 ging hij het
bestuur voorzitten, tot 1989 (met een onderbreking gedurende zijn minister-
schap, 1965-1967). In datzelfde jaar 1989 legde hij ook het voorzitterschap van het
Interkerkelijk Contact in Overheidszaken neer, dat hij sinds 1980 had bekleed.
Intussen bleef Diepenhorst zich zeer bewust van zijn taak en verantwoordelijk-
heid als hoogleraar strafrecht. Zijn collegedictaten en de aan zijn beoordeling
onderworpen scripties zijn bewaard in zijn archief." Samen met J. Wiarda publi- 225
ceerde hij in 1946 een praeadvies voor het Psychiatrisch-Juridisch Gezelschap: w
Het vraagstuk van de doodstraf. Zijn rectorale oratie van i960 Betrekkelijk en vol- J»
strekt stelde evenzeer 'de dader van de daad en de daad van de dader centraal'. Hij g
benadrukte het onderscheid tussen goddelijk en menselijk rechtsbestel, hield ^
vast aan het beginsel van de vergelding als beginsel van aardse gerechtigheid, "^
maar had een scherp oog voor de onvolkomenheden in de wijze waarop de samen- ^
leving'geestelijk onevenwichtige, maatschappelijk wrakke, of door welvaart ge- ^
teisterde figuren' tegemoet trad. Voorkomen achtte hij beter dan genezen; waar M
mogelijk moest worden opgevoed. Ook hier paarde Diepenhorst aan zijn theorie >
de praxis; hij zat van 1951 tot 1965 de Vereniging van Reclasseringsinstellingen 0
voor, publiceerde in 1959 een brochure Overheid en humanistische geestelijke ver- ^
zorging, met name van gedetineerden ('s-Gravenhage 1959), in 1962 gevolgd door 2
een tweetal referaten, één voor de (44ste) wetenschappelijke samenkomst van ^
de v u onder de titel Vragen van reclassering, het andere voor de Centrale Bond «5
voor inwendige zending en christelijk maatschappelijk werk onder de titel Het ^
gevangenispastoraat in deze tijd (Serie woord en daad, nr. 6). Misschien mogen de £
woorden uit het Voorwoord tot de bundel bijdragen op strafrechtelijk gebied ter o
gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de v u . Strafrecht in perspectief,
voor Diepenhorst typerend worden geacht:'[...] helpen bij het zoeken naar recht
en gerechtigheid op het tragische veld van menselijk ander menselijk bestaan
bedreigend falen. Gedurende een e e u w - wat is honderd jaar in de geschiedenis! -
heeft de juridische faculteit aan de Vrije Universiteit meegezocht, misschien nog
te weinig dankbaarheid tonend, dat zij dit mocht doen bij hoger Licht.'
De politieke loopbaan van Diepenhorst begon al vroeg na de aanvaarding van
het ambt van hoogleraar. Reeds in 1952 werd hij lid van de Eerste Kamer voor de
ARP. Dat zou hij blijven tot hij, na een eerdere uitnodiging te hebben afgeslagen,
in april 1965 aantrad als ministervan Onderwijs en Wetenschappen in het kabi-
net-Cals, dat echter al na anderhalfjaar in de 'Nacht van Schmelzer' ten val kwam.
In het interim-kabinet-Zijlstra (KVP/ARP), dat van oktober 1966 tot 5 april 1967 de
r
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's