Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 230
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
zaken waarnam, bleef hij op zijn post, echter niet met de gedachte aan verdere
continuering. Hij werd lid van de Tweede Kamer, een functie die hij combineerde
met een buitengewone leerstoel aan de vu als hoogleraar algemene staatsleer.
Deze leeropdracht werd in 1976 uitgebreid met parlementaire geschiedenis. Zijn
ministerschap werd gekenmerkt door de op grond van de naoorlogse geboorte-
golfen de veel grotere participatie van jongeren aan het hoger onderwijs te ver-
wachten groei van het aantal studenten. Kwantificering van het probleem is reeds
te vinden in de uit 1965 stammende nota wetenschappelijk onderwijs, waarin
sprake is van studieduurverkorting, beperking van toelating van studenten door
middel van een numerus clausus voor medische studenten, herziening van het
investeringsschema en het bouwprogramma voor universiteiten, maar ook was
226 een reorganisatie aan de orde van de dienst belast met de in getal voortdurend
2 toenemende aanvragen om een rijksstudietoelage. Vanuit de richtingvan de PSP
>
H schreef F. de Vries in 1966 een twintig pagina's tellende brochure Beurzensnijder
r, Diepenhorst. Een definitieve aanslag op het studentenbestaan, daarmee refererend
aan de slogans waarmee demonstrerende studenten lucht gaven aan hun afkeer
van het beleid van Diepenhorst. Slechts gedeeltelijk kon Diepenhorst het tij ke-
;:] J^ ren. Onder zijn ministerschap k w a m de Raad van Advies voor het Wetenschaps
beleid (Staatsblad 1966, 227) t o t s t a n d e n k w a m er, o n d e r gelijktijdige verwer-
^> ping van het voorstel voor een numerus clausus voor medische studenten, een
a zevende medische faculteit bij, en wel in Rotterdam. Een sterk stempel op de
z Nederlandse onderwijspolitiek drukte Diepenhorst van begin 1969 tot medio
o
^o 1986 als voorzitter van de Onderwijsraad, het adviesorgaan van de regering op
tl
'''
'T! pi het gebied van het onderwijs. In mei 1971 keerde hij terug naar de Eerste Kamer,
^^ waarvan hij, andermaal met minimale onderbrekingen, tot juni 1981 lid zou
E< blijven.
ö
2 W.F. de Gaay Fortman (1911-1997)
Wilhelm Friedrich de Gaay Fortman was de zoon van Bastiaan de Gaay Fortman,
rechter, en Elisabeth Nolte. Hij trouwde op 5 september 1936 met Margaretha
Titia Hillegonda Woltjer (1913-2008), de dochtervan de hoogleraar klassieke talen
aan de vu. Uit dit huwelijk werden twee zoons en drie dochters geboren. In 1929
ging De Gaay Fortman rechten studeren aan de vu. Na driejaar legde hij het doc-
toraalexamen af, gevolgd door zijn promotie in 1936 op het onderwerp De onder-
neming in het arbeidsrecht. Het werk kreeg, ofschoon de promotie cum laude ge-
schiedde, in de literatuur niet veel aandacht. Voor een historisch juiste waardering
ervan ligt een vergelijking met het door De Gaay Fortman aldus genoemde 'be-
kend commentaar' van E.M. Meijers, De Arbeidsovereenkomst (Haarlem 1924),
voor de hand. Beide stemmen overeen in het oordeel dat 'er geen enkele over-
eenkomst [is], die zoo geheel den mensch aanpakt en zijn lot bepaalt als juist de
arbeidsovereenkomst' (aldus Meijers, pag.i), respectievelijk het uitgangspunt
'dat personen, die zooveel belang hebben hij den gang van zaken in de onderne-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's