Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 208
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
speelruimte. Ook na de opheffing van het noodparlement kreeg haar beleid ech-
ter ruime dekking in de Kamer. Zij had het gevoel rechtvaardig gehandeld te
hebben in moeilijke omstandigheden: ze had in zware omstandigheden immers
geprobeerd om haar kijk op een goede toekomstvan de kinderen gerealiseerd te
krijgen, binnen de procedures van een wettig bestel.
Hoogleraar volkenrecht
Anema ging op i oktober 1945 eindelijk met emeritaat. Hij beval zijn voormalige
huisgenote aan om hem op te volgen in een actueel onderdeel van zijn leerop-
dracht: het volkenrecht. In 1946 werd ze aangesteld als privaatdocent. Van der
Molen was overtuigd van het belang van de opvolger van de Volkenbond, de Ver-
204 enigde Naties. Nadat economisch egoïsme in de ontwikkelde landen op natio-
o naai niveau al aan banden was gelegd door sociale wetgeving, dienden de politie-
« ke rechten van de mens thans de aandacht. Gerechtigheid was zowel een eis
*" Gods als een verantwoordelijkheid van mensen tegenover elkaar.^'
% In de ogen van joodse critici op haar beleid in OPK was Van der Molen in een
publieke functie te zeer geneigd om zich te laten leiden door een christelijke
2 levensovertuiging. In de vu werd door sommigen precies het omgekeerde ge-
dacht. In het orgaan van de Vereniging voor Calvinistische Wijsbegeerte noem-
de dr. J.R. Stellinga haar een 'tussenpaus', die 'blijkbaar bij gebreke aan een op-
o
< volger van prof. Anema voor wat betreft de leerstoel voor het internationaal
!* recht, in den komenden tijd het volkenrecht zal doceeren'. Het bezwaar van Stel-
^ linga was dat zij, in navolging van Gentili, haar vak niet enkel baseerde in een
2 'calvinistische volkenrechtsbeschouwing', maar minstens zo sterk in een vorm
2 van natuurrecht.^'^ Van der Molen ging met verve de discussie aan. Ze bleek een
g enthousiasmerend docent, en werd in 1949 buitengewoon hoogleraar. Graag
o ging ze het gesprek aan. Tegenover Stellinga verdedigde zij de stelling dat een
'^ vorm van natuurrecht ook al voorkwam bij de calvinisten van de zestiende eeuw.
Tegenover de opgang makende dialectische theologie van Karl Barth maakte ze
zich sterk voor de visie dat de Bijbelse boodschap verankerd kon worden in
structuren en organisaties van menselijke makelij:
Tegenover deze dualistische spanning tussen de erkenning dat God ook voor
het aardse leven zekere ordeningen gegeven heeft en de ontkenning dat deze
richtinggevende betekenis zouden hebben, geloven wij in de éénheid van
het goddelijke wereldplan. [...] Het grote gebod Gods voor de samenleving der
volken is, dat deze berust op vrede en recht."
Ze ging zich naast het hoogleraarschap inzetten tegen de Apartheid in Zuid-Afri-
ka, voor de Republiek der Zuidelijke Molukken, tegen rassendiscriminatie in de
zuidelijke statenvanAmerika,voordeniet-missionerende christelijke kibboets
Nes Ammim in de staat Israël en voor armoedebestrijding in de Derde Wereld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's