Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 223
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
beoefenaren van de wetenschap, kwam in 1964 met een rapport dat, na een twee-
tal adviezen van de SER, onder meer leidde tot de structuurwet van 1971. Deze
wet, die inmiddels vervangen is door de structuurregeling van 2004, was zowel
voor de positie van werknemers als die van de raad van commissarissen van groot
belang. Zij schreef voor dat grotere bv's en nv's een raad van commissarissen
moesten instellen, die toezicht zou houden op het bestuur van de onderneming
en aanzienlijke bevoegdheden kreeg. De ondernemingsraad kreeg enige, zij het
niet zeer grote invloed op de samenstelling van de raad van commissarissen.
Daarnaast is de instelling van de ondernemingskamer bij het Amsterdamse ge-
rechtshof een directe vrucht van het werk van de commissie-Verdam. De gehele
regeling van het enquêterecht, zoals die thans in de artikelen 2:344-359 BW is
neergelegd, gaat terug op het rapport van de commissie-Verdam. 219
In 1945 werd Verdam als opvolger van V.H. Rutgers benoemd tot hoogleraar ia
in het Romeinse recht, een vervolg van zijn loopbaan dat, gelet op zijn publicaties J«
tot dan toe, niet zonder meer voor de hand lag. Hij voegde zich als eerste van de ^
jongeren in de kring van zijn leermeesters. Hij aanvaardde het ambt reeds op ^
4 oktober 1945 met de oratie De zuiveringsgedachte bij de Romeinen, waarin hij Ü^
het ambt van de Romeinse censor en de door deze uitgeoefende censura morum ^
in vergelijking bracht met de toen aan de orde zijnde zuivering van het openbare ^
leven, van de verwijdering van onwaardige elementen uit leiding en werkzaam- M
heid in staat en maatschappij. Teneinde zich op de hoogte te stellen van de nieuw- >
ste ontwikkelingen op het gebied van het Romeinse recht ging hij in 1948 voor Q
een langer verblijf naar Rome. Daar ontmoette hij prof. Edoardo Volterra. Zij ^
ontdekten al snel gemeenschappelijke interesses en er ontstond een vriend- 2;
schap voor het leven. Bij Verdam had zijn leermeester Rutgers op het dinsdag- ^
college over de gelijkenissen en het Romeinse recht de fundamenten gelegd voor «
bestudering van Bijbelse teksten in het licht van het recht van de Oudheid in het =f
algemeen, het Romeinse recht in het bijzonder. Op dat gebied gold Volterra als £
co
een eminente coryfee, die graag bereid was zijn grote kennis met Verdam te delen. o
Regelmatig zagen zij elkaar. Uit die ontmoetingen vloeide onder meer het refe-
raat van Verdam voort voor de wetenschappelijke samenkomst van de vu in 1956
over Toepassing en bestudering van het mozaïsche recht in de loop der eeuwen (waar-
van driejaar later een Engelse vertaling verscheen). Dit referaat legde de basis
voor een handboek over dit onderwerp, dat echter niet meer verschenen is. Des-
alniettemin verschafte de rectorale oratie van 1969, Sanhedrin en Gabbatha, enige
noodzakelijke aanvullingen op de rechtshistorische literatuur, een belangrijke aan-
zet daartoe. Verdam vergeleek daarin het proces tegen Jezus met de ongeveer ge-
lijktijdig plaatsvindende processen van koning Herodes i tegen zijn eigen zonen.
Deze rechtsvergelijkende studie van het strafrecht ten tijde van het begin van
onze jaartelling leverde nieuwe inzichten op inzake het proces tegen Jezus. Uit
dezelfde tijd stammen tevens zijn praeadvies voor de Nederlandse Juristen Ver-
eniging van 1959 over Voordeelsaftrek bij schadevergoeding, zijn uitgave van het
/
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's