Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 288
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
voor hoger onderwijs tot een 'bijzonder gewone' universiteit met alle mogelijk-
heden en problemen van dien. Mogelijkheden: de vu werd omstreeks 1970 een
geheel door de overheid gefinancierde instelling en kon definitief meedoen met
de 'grote jongens' Leiden en Utrecht, die in de wetenschappelijke wereld in het
buitenland al over een zekere, zij het nog beperkte reputatie beschikten. Proble-
men: er kwam na i960 een grote hoeveelheid studenten aan die niets had met
leven en streven van vu-oprichter Abraham Kuyper en zich daar soms zelfs wel-
bewust tegen afzette.
Volwaardige academie
De Vrije Universiteit anno 1930 kende noch die mogelijkheden noch die proble-
284 men. Zij was destijds veel meer dan nu een 'maatschappelijke universiteit', gefi-
ö nancierd door gelden van kleine luyden en bedoeld om die luyden ook weten-
K schappelijk bij de tijd te brengen en om een geleerd kader te scheppen. En hoewel
2 nog altijd een betrekkelijk kleine universiteit, nam de vu najaren van opbouw
m anno 1930 eindelijk de vorm aan van een min of meer volwaardige academie, nu
< najarenlang touwtrekken groen licht werd gegeven voor de start van twee nieuwe
* faculteiten: exacte wetenschappen en geneeskunde.^ In die omstandigheden kon
^ een ander universitair gebruik ook bij de vu niet meer ontbreken: het toeken-
s nen van eredoctoraten aan hen die zich op een bijzondere wijze verdienstelijk
» hadden gemaakt voor wetenschap en samenleving. Het eredoctoraat was een
g gekende universitaire onderscheiding met een lange geschiedenis, die terug-
5 gaat tot de Middeleeuwen. Bij de oprichting van de Vrije Universiteit in 1880 was
G direct geopperd een eredoctoraat toe te kennen en wel aan de Duitse theoloog
^ Paul Geyser. Curator L.W.C. Keuchenius voelde hier echter niets voor. Het leek
"^ hem wat vreemd iemand te kandideren op een moment dat de universiteit zelf
^ nog geen enkele student aan de meet had gebracht.'^
> Onomstreden was het verschijnsel nooit, ook niet in 1930 toen ook de Vrije
^ Universiteit zich dan toch bij deze academische gewoonte aansloot. Vers in het
universitaire geheugen lag nog de kleine rel die was ontstaan bij de toekenning
a
5 van een eredoctoraat aan prinses Juliana in datzelfde jaar. Op 31 januari had de
historicus Johan Huizinga de die dag 22 jaar wordende Juliana een eredoctoraat
in de letteren en wijsbegeerte aan de Rijksuniversiteit Leiden toegekend en in
zijn laudatio de grootheid van het Oranjehuis lyrisch bezongen.^ Het ontlokte
de Utrechtse hoogleraar oude geschiedenis H. Bolkestein scherpe kritiek. Naar
zijn oordeel was het eredoctoraat voor Juliana nog minderwaard dan een ridder-
orde. Die werd tenminste nog toegekend vanwege persoonlijke verdiensten en
niet vanwege familierelaties.'*
Maatschappelijke verdiensten
Hiermee vergeleken staken de eerste eredoctoraten die de Vrije Universiteit ruim
een halfjaar later toekende niet slecht af. De vier laureaten konden allen bogen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's