Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 163
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
een een ernstig probleem aan. Het aantal studenten was al in 1941 en vervolgens
in het voorjaar van 1942 enorm gegroeid, omdat veel studenten uit Leiden zich
na de sluiting van hun eigen universiteit bij de vu hadden aangemeld. Natuur-
lijk gingen Leidse studenten ook wel naar de UvA, maar omdat zij wel wisten dat
aan die universiteit nogal wat 'foute' hoogleraren lesgaven, werd bij de keuze voor
Amsterdam de vu extra aantrekkelijk. In november 1941 was het aantal studen-
ten al gestegen tot 764, waarvan 232 van de Leidse universiteit kwamen. Bij
rechten kwamen 180 Leidenaars binnen. In maart 1942 steeg het totale aantal
studenten tot over de duizend, in oktober was dat aantal gegroeid tot 1208,
waarvan 169 vrouwelijke studenten. Vooral rechten en wis- en natuurkunde pro-
fiteerden. Voor de cursus 1941-1942 stonden 276 studenten bij rechten inge-
schreven, waarvan 29 dames. Maar voor de cursus 1942-1943 was het aantal rech- 159
tenstudenten gestegen tot 662, aanzienlijk meer dan het totale aantal studenten ö
voor de cursus 1939-1940." Het aantal theologen was ook gestegen, maar bleef Q
met 204 studenten ver achter bij rechten. Voor het eerste jaar van de nieuwe
richting notariaat met Versteeg als docent hadden zich in 1942 al twaalf studen- g
ten ingeschreven. De nieuwe rechtenstudenten, die van elders kwamen, bezoch- ^
ten meestal niet de colleges, maar legden uitsluitend tentamens of examens af. >
Velen van hen woonden nog op hun studentenkamer in Leiden. M
Van deze grote stroom nieuwe studenten was het merendeel niet van gerefor- 5
meerde of orthodox-hervormde huize. Op zich was dat geen groot probleem, men 10
had nooit verlangd dat de vu-studenten belijdende calvinisten waren. Maar kon o
men nu wel van deze studenten, die eigenlijk door de nood der tijden op de vu £
hun heil hadden moeten zoeken, verlangen dat zij in zouden stemmen met de w
principiële houding van het vu-bestuur ten opzichte van de arbeidsdienstver-
plichting? De Arbeidsdienst werd door de vu-hoogleraren veroordeeld, omdat
de diensttijd vooral ook werd gebruikt voor nationaalsocialistische propaganda.
De Gereformeerde Kerken hadden dienstneming bij de Nederlandse Arbeids-
dienst om die reden principieel veroordeeld. Rutgers worstelde tijdens zijn va-
kantie in Holten in augustus 1942 met het probleem of een dergelijke principiële
keuze wel gemaakt zou kunnen worden voor zo veel niet-gelovige studenten. Maar
zou men van die studenten dan wel moeten verlangen, dat zij aan hun arbeids-
dienstverplichting hadden voldaan? Dat was toch ook te gek! Daarom besloot
hij in een nota zijn collega's aan te raden niemand in te schrijven die in de leeftijd
van de arbeidsdienst viel, d.w.z. op dat moment de eerstejaars. Dan werd niemand
gediscrimineerd en liep de vu geen gevaar te worden gesloten, terwijl er toch
niet met Van Dam werd meegewerkt. Hiermee stemden de senaat, directeuren
en curatoren van harte in. Rutgers schreef dus koeltjes aan Op ten Noort, dat de
eerstejaarscoUeges niet pas op 1 november hoefden te beginnen, omdat geen
'jongelieden van de arbeidsdienstplichtige leeftijd voor het eerst ingeschreven
zullen worden' en omdat uit de hogere jaren ook niemand bij de Nederlandse
Arbeidsdienst werkzaam was. De NSB-ambtenaar was het hier natuurlijk in het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's