Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 255
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
vergoeding zou ontvangen (gedacht was vijftig gulden per spreekuur!), zou in
eenvoudige zaken meteen advies geven, terwijl de ingewikkelder zaken door de
studenten voor verdere behandeling zouden worden meegenomen naar het
centrale bureau op de faculteit. Hieraan zouden twee advocaten verbonden zijn,
in dienst van de universiteit, die samen met de studenten en begeleid door me-
dewerkers van de faculteit de zaken verder zouden behandelen. Voor de finan-
ciering van het project zou een beroep worden gedaan op de fondsen die de vu
ter beschikking stonden, nu de universiteit sinds 1969 volledig door het rijk
werd bekostigd (ik herinner me een fonds met de naam 'Helpende Handen'), en
op de gelden die de twee vaste advocaten van overheidswege zouden ontvangen
in zaken waarin zij zouden worden toegevoegd. Het college van directeuren stem-
de hiermee in, op voorwaarde dat het Bureau van Consultatie, dat daar destijds 251
over ging, bereid was per advocaat de benodigde 75 toevoegingen af te geven. De w
latere hoogleraar G.R.(Rob) Rutgers, destijds advocaat en sinds september 1971 ^
als wetenschappelijk medewerker burgerlijk recht aan de faculteit verbonden, >
werd met de organisatie van de polikliniek belast. In een nota van januari 1972 ^
noemde hij als ideaal een in een woonbuurt gesitueerd welzijnscentrum waar 'i^
buurtbewoners met al hun vragen terecht konden bij een multidisciplinair ^
team van hulpverleners. In een bijdrage in het voorjaarsnummer van dat jaar Z
van het faculteitsblad Dordrecht zet Rutgers de plannen nog eens uiteen en a
roept hij de doctoraalstudenten op, zich aan te melden voor het voorbereidende >•
practicum. Aan die oproep gaf een twintigtal studenten, onder wie ik, gehoor. Q
We volgden gedurende drie maanden wekelijks door deels externe docenten ^
verzorgde colleges en kregen een training in gesprekstechniek. Z
Het bestuur van het Bureau van Consultatie, dat ook was vertegenwoordigd ^
in de begeleidingscommissie die intussen was ingesteld, reageerde in beginsel «
positief op de plannen voor een polikliniek. In de vergadering van 1 mei 1972 =c
liet de voorzitter van het Bureau echter tot ieders verbijstering weten dat het de «
afgifte van 75 toevoegingen per advocaat alsnog afwees. Het ministerie zou niet o
instemmen met het afgeven van extra toevoegingen en binnen de Amsterdamse
balie zouden daartegen grote bezwaren bestaan. Hiermee kwam de financiering
van het project op losse schroeven te staan. De faculteit liet zich echter niet uit
het veld slaan: er werd geadverteerd voor vooralsnog één ervaren advocaat en het
voorbereidende practicum ging gewoon door. Toen het ministerie geen enkel
bezwaar bleek te hebben tegen de afgifte van het nodige aantal toevoegingen,
deed de faculteit per brief van 21 juni 1972 op alle leden van de Amsterdamse
Orde van Advocaten het beroep om zich vóór het quotum toevoegingen uit te
spreken, waarmee ook het tweede bezwaar van het Bureau zou komen te verval-
len. Het mocht niet zo zijn: de Ordevergadering besliste negatief. Men, althans
de meerderheid van de aanwezige advocaten, vreesde voor verambtelijking van
de advocatuur doordat de beide vaste advocaten in loondienst van de vu zouden
worden aangesteld. Ook voerde men aan dat 'de gelden, bestemd voor de finan-
^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's