Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 337
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
De opzeggingvan distributieovereenkomsten (1999), M.E.M-G. Peletier, Rechterlijke
vrijheid enpartij-autonomie (1999), M.R. Bruning, Rechtvaardigingvan kinderbe-
scherming {2001), M.S. van Gaaien, Vruchtgebruik (2001), A.J. Verheij, Vergoeding
van immateriƫle schade wegens aantasting van de persoon (2002), B.E.S. Chin-A-
Fat, Scheiden: (terjechter zonder rechter? (2004) en ten slotte J.G. Groeneveld-Lou-
werse, Publieke wenselijkheid of private beleidsvrijheid? (2004).
Interdisciplinair onderzoek
Naast de invoering van onderwijsprogramma's is het onderzoek van de privaat-
rechtjuristen in de loop der jaren meer interdisciplinair geworden. In de eerste
plaats werd er meer samengewerkt met onderzoekers van publiekrecht bij het
'zwaartepunt Overheid-Particulier Initiatief'. Deze samenwerking werd in 1985 333
opgezet door H.J. de Ru (staats- en bestuursrecht) en T.J. van der Ploeg en bewoog w
w
zich wat het onderzoek betreft met name op het gebied van het (rechtsvergelij- Z
kend) verenigingen- en stichtingenrecht en het recht betreffende geloofsge- 2
meenschappen. De onderzoeksgroep omvatte allengs meer onderzoekers, ook c
van de faculteit sociale wetenschappen, onder anderen H. Keman (politicologie) ^
en Th.N.M. Schuyt (sociologie, met name van de filantropie), en van de econo- ^
mischa faculteit: J.P. Balkenende. De thematiek die hier aan de orde kwam, werd a
als volgt omschreven: 'Het onderzoek betreft vraagstukken waarbij overheid en w
particulier initiatief beide betrokken zijn. Het gaat daarbij ook om de keuze- K
vraag of taken die de overheid uitoefent ook door het particulier initiatief en/of g
door het bedrijfsleven kunnen worden uitgeoefend. In de verhouding tussen de tj
overheid, voor wie de maatstaf het algemeen belang is, en de privaatrechtelijke >-
O
organisaties, voor wie het particuliere belang de maatstaf is, vinden sinds de ja- ^
ren tachtig verschuivingen plaats. Enerzijds vindt er een privatisering plaats met
betrekking tot door de overheid uitgeoefende taken. Anderzijds zijn er (vanouds)
privaatrechtelijke organisaties die publieke taken krijgen en onder een publiek-
rechtelijke regulering komen te vallen.' Bij besluit van de faculteitsraad van ok-
tober 1991 is het project als facultair zwaartepunt erkend. De erkenning is eind
1994 voor vijfjaar verlengd. Verder is in 1998 besloten dat, gezien het bijzonder
karakter van de vu en in verband met de relatie met de faculteit sociale weten-
schappen (mede gezien de internationale onderzoekstendens op dit terrein),
onder 'particulier initiatief' (privaatrechtelijke organisaties) ook godsdienstige
organisaties (kerken, islamitische genootschappen etc.) begrepen werden, zo-
dat ook de vragen betreffende de verhouding kerk en staat/kerk en recht in het
onderzoeksprogramma kwamen te vallen.
Bij de onderzoeksvisitatie in 2002 werd door de visitatoren geoordeeld dat het
onderzoek van de sectie vennootschaps- en rechtspersonenrecht zich beter kon
toespitsen op het onderzoek naar het maatschappelijk middenveld en kerken,
nu daar een body of knowledge was opgebouwd. Er waren inmiddels congressen
georganiseerd, boeken (ook in een eigen reeks) en tijdschriftartikelen gepubli-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's