Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 91
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
te Zwolle. Daarin betoogde hij ['op gevaar af van den schijn van ouderwetsch-
heid te krijgen') dat het toelaten van vrouwelijke studenten tot de universiteit
inging tegen 'den aanleg en bestemming der vrouw [...] tegen de ordeningen Gods'
en zou leiden tot 'een ontwrichten der maatschappij': 'Het is daarom mijn hart-
grondige wensch, dat de Vrije Universiteit van het meedoen aan een dergelijke
ontvrouwelijking der vrouw, te allen tijde bewaard moge blijven; aan het krank-
heidsverschijnsel der zich intellectueel man voelende vrouw nimmer schuld
moge dragen."^
Dat was kloeke taal, maar zeven jaar later meldde zich dan toch de eerste
'meisjesstudent' aan. Aan het begin van het academisch jaar 1905/1906 verzocht
mr P.C. 't Hooft, raadsheer in het Gerechtshof te Arnhem en lid van de Eerste Ka-
mer voor de Antirevolutionaire Partij, aan de toenmalige rector van de vu, de 87
theoloog P. Biesterveld, schriftelijk om inschrijving van zijn dochter Segrina O
Luiksje 't Hooft als studente in de rechten. Alvorens haar in te schrijven raad- ^
pleegde Biesterveld eerst de senaat, die op 20 september 1905 in vergadering ^
bijeenkwam. Na een langdurige discussie lagen er drie voorstellen op tafel. De S
conservatieve jurist D.P.D. Fabius meende dat de rector zich tot het college van «
directeuren moest wenden met de vraag of er geen bezwaar tegen de inschrij- w
ving was. Het voorstel van de classicus J. Woltjer luidde: 'De senaat adviseert aan w
den rector mej. 't Hooft in te schrijven en daarna zich te wenden tot heeren direc- >-
teuren.' De theoloog F.L. Rutgers ten slotte stelde voor 'aan den rector persoon- o
lijk advies te geven om mej. 't Hooft in te schrijven en van deze zaak directeuren ^
in kennis te stellen'. De portee van zijn voorstel was dat niet de senaat als zoda- *
nig advies uitbracht, maar dat de leden elk voor zich een persoonlijk advies aan ?
de rector gaven. Het voorstel van Rutgers werd aangenomen. Negen hoogleraren «5
waren voor, twee waren tegen [vermoedelijk Fabius en Geesink),' terwijl curator £
ds. B. van Schelven die ook aanwezig was eveneens tegenstemde.^
Het is onduidelijk waarom Van Schelven dit door hem toch niet gewenste
besluit over een zo gevoelige kwestie niet meteen aan directeuren heeft gemeld,
zodat deze de inschrijving eventueel nog hadden kunnen uitstellen, in afwach-
ting van nader beraad. Nu kon Biesterveld mej. 't Hooft op 29 september onge-
hinderd inschrijven en kwam de zaak pas aan de orde op de bestuursvergadering
van 9 oktober 1905, en dan nog als fait accompli. Biesterveld lichtte de gang van
zaken toe, maar het college van directeuren voelde zich als bevoegd gezag duide-
lijk gepasseerd. De voorzitter en enkele leden spraken er hun bevreemding over
uit dat directeuren en curatoren in deze zaak niet waren gehoord, 'achtende dat dit
had behooren te geschieden, ook vooral waar het twijfelachtig is of zooiets wel
geheel strookt met de gereformeerde beginselen'. Besloten werd de senaat schrif-
telijk te vragen op grond van welke motieven tot toelating was geadviseerd."^
In de senaatsvergaderingvan 20 oktober 1905 werd de ingekomen brief van
directeuren van 13 oktober besproken, maar de senaat voelde zich niet verplicht
aan hun verzoek te voldoen. In een brief van 27 oktober aan het college van di-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's