Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 50
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
tegenstanders plachten te doen. Daarnaast achtten sommigen het gelukkig, dat
de Vrije Universiteit met Lohman als hoogleraar minder sterk door de figuur
van Kuyper zou worden overheerst. Of, zoals de katholieke voorman dr. H.J.A.M.
Schaepman aan Lohman schreef: 'Het persoonlijk kuyperiaansch karakter ver-
dwijnt nu en de instelling zelve rijst.'^
Met De Savornin Lohman had de Vrije Universiteit een m a n binnengehaald,
die zijn sporen ruimschoots had verdiend, als jurist en als antirevolutionair. Af-
komstig uit een Gronings regentengeslacht dat in 1817 in de adelstand was ver-
heven, was hij na zijn juridische studie rechter geworden inAppingedam (1863)
en 's-Hertogenbosch (1866). In 1872 werd hij benoemd tot raadsheer in het ge-
rechtshof in Den Bosch. Hoewel hij zich beroepshalve voornamelijk met straf-
44 recht en civiel recht bezighield, publiceerde hij in 1875 het boek Gezagen vrijheid,
< waarin hij de beginselen van het antirevolutionaire staatsrecht verdedigde. In
S datzelfde jaar kwam hij door bemiddeling van de oude antirevolutionaire voor-
ts man mr. Guillaume Groen van Prinsterer in contact met diens opvolger dr. Abra-
N h a m Kuyper. Al spoedig ontstond er tussen beide m a n n e n een nauwe samen-
o werking. Na het overlijden van Groen (1876) gaf Lohman samen met Kuyper
^ leiding aan de antirevolutionaire beweging. Hij speelde een rol bij het Volkspe-
" titionnementvan 1878, bij de oprichting van de Antirevolutionaire Partij (1879)
en bij de oprichting van de Vrije Universiteit, waarvan hij curator werd. Sinds 1879
^ was hij lid van de Tweede Kamer, waar hij al spoedig optrad als leider van de anti-
w revolutionaire 'Kamerclub'.
!0
De samenwerking met Kuyper, hoe hecht ook, verliep in deze jaren al niet
^ rimpelloos en zou op den duur steeds slechter worden. Beide m a n n e n waren
y sterke persoonlijkheden. Hoewel Lohman in intellectueel opzicht in Kuyper
2 zijn meerdere erkende, wenste hij zijn zelfstandig oordeel te handhaven en
> toonde hij zich vaak (over)gevoelig voor Kuypers imperialistische neigingen. Dit
Q had tot gevolg dat h u n samenwerking voortdurend gepaard ging met grotere en
" kleinere conflicten, die niet altijd even gemakkelijk werden bijgelegd. Voor een
< deel kwamen de tegenstellingen voort uit een verschil in karakter en persoon-
^ lijkheid tussen de jurist Lohman en de theoloog Kuyper, voor een deel werden
5 ze ook veroorzaakt door geschilpunten op kerkelijk en politiek gebied. In gees-
o telijke zin kan men zeggen dat Lohman als volgeling van het Réveil afkerig was
K
s van een al te sterke binding aan dogma's en programma's, terwijl Kuyper als na-
2 zaat van Calvijn de grenzen nauwer trok en daaraan strikt de hand wenste te
houden. Hoewel Lohman in 1886 (voornamelijk om kerkrechtelijke redenen)
met de Doleantie zou meegaan, was hij wars van kerkisme en dogmatiek en stond
hij dicht bij de gematigd-orthodoxe ethische stroming in de kerk, die door Kuyper
werd bestreden. Op politiek gebied verzette hij zich tegen de partijdiscipline die
Kuyper aan zijn volgelingen trachtte op te leggen en legde hij de nadruk op een
vrije meningsvorming. Op sociaal gebied was de aristocratische Lohman conser-
vatiever dan de 'volksman' Kuyper, hoewel Lohmans huiver voor overheidsin-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's