Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 161
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
schien beletselen zouden kunnen worden opgeworpen tegen zijn of haar in-
schrijving. Tot op dat moment ging Rutgers ervan uit dat iedereen die dat wilde,
zou kunnen worden ingeschreven. In februari i94ihad hij nog twee joodse stu-
denten laten inschrijven, maar vanaf oktober 1941 was dat officieel niet meer
mogelijk, omdat Van Dam dat met ingang van die datum verboden had. Rutgers
trok zich daar echter niets van aan. In november 1941 liet hij de door de Duitsers
als 'half-joods' betitelde Martha van Konijnenburg zich inschrijven bij de vu om
haar rechtenstudie, die zij aan de UvA aangevangen had, voort te kunnen zetten.
Helaas zou zij de oorlog niet overleven. Van een andere opdracht van Van Dam,
van oktober 1941, om joden niet meer toe te laten tot de vu-bibliotheek, wenste
Rutgers tegen de zin van prof. dr. J. Wille, die als hoogleraar Nederlands de biblio-
theek onder zijn beheer had, zich ook niets aan te trekken. In december 1941 en 157
in april 1942 droeg hij Wille op een joodse advocaat en een joodse leraar tot de ö
bibliotheek toe te laten. Omdat het verbod voor joden om bibliotheken te bezoe- Q
ken uitsluitend gold voor openbare bibliotheken, zag Rutgers een mogelijkheid §
joden toe te laten. Voor de duur van de oorlog wenste hij de vu-bibliotheek als ^
besloten bibliotheek te zien. ^
Vi
Op dezelfde nuchtere manier reageerde Rutgers op het bevel van Van Dam >
van juli 1941 om het portret van Koningin Wilhelmina uit de hal te laten verwij- M
deren. Hij liet het portret uit de lijst halen en liet vervolgens de lege lijst weer *
ophangen. Daardoor werd dit juist een demonstratie voor het wettige konings- £
O
huis." In zijn rectorale rede in oktober 1941 verklaarde hij geen politieke onder- o
werpen aan te zullen roeren overeenkomstig 'de voorschriften waaronder wij Ie- £
ven'. Hij voegde daar doodleuk aan toe dat hij het liefst zo weinig mogelijk ui
richtlijnen uit Den Haag wenste te ontvangen. Het slot van zijn rede was groots.
'Wat het Vaderland treft, treft ook ons: de ledige stoel aan mijn rechterkant is er
het bewijs van.' Hij wees naar de onbezette stoel van president-directeur Colijn,
die toen al maanden in gevangenschap verkeerde.^^
In november 1941 publiceerde Rutgers een artikel in het Nederlands Juristen-
blad over het eventuele toetsingsrecht van de Nederlandse rechter ten aanzien
van het Duitse bezettingsrecht. Rutgers moest uiteraard uitgaan van het Land-
oorlogreglement, dat hij als een volkenrechtelijk verdrag interpreteerde, waar-
aan de betrokken staten Nederland en Duitsland zich hadden te houden. On-
derdanen zouden zich daar niet op kunnen beroepen, een eventuele afrekening
zou pas aan het eind van de oorlog plaats kunnen vinden. Rutgers was van me-
ning dat de Nederlandse rechter niet het recht had de maatregelen van de Duit-
se bezetters te toetsen, omdat de bevoegdheid van de bezetter niet op het recht
steunde, maar op het simpele feit van de bezetting. Dat hield niet in dat de bezet-
ter alles mocht doen, maar wel dat hij daartoe de macht bezat. De Nederlandse
rechter had dus niet het recht van de bezetter te eisen, dat hij zich aan de Neder-
landse wetten zou houden. Maar als de bezetter zich zou gaan gedragen alsof er
geen bezetting maar een regelrechte annexatie had plaatsgevonden, dan zou de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's