Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 121
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
H.E.S. WOLDRING
H. Dooyeweerd en de wijsbegeerte
der wetsidee
Dooyeweerd en zijn collega's in de faculteit 117
Herman Dooyeweerd (1894-1977) heeft als filosoof-grondlegger van de 'wijs- O
begeerte der wetsidee' - meer naam gemaakt dan als jurist, en in de faculteit der ^
wijsbegeerte (voorheen centrale interfaculteit) van de Vrije Universiteit destijds ^
meer invloed gehad dan in zijn eigen faculteit, de faculteit der rechtsgeleerdheid. t»
In de door hem gedoceerde vakken - oud-vaderlands recht, encyclopedie der g
rechtswetenschap en rechtsfilosofie - hanteerde hij een eigenzinnige begrips- "
t
vorming en moeilijk te volgen onderscheidingen, die afkomstig waren uit zijn w
'wijsbegeerte der wetsidee'. Als zodanig heeft Dooyeweerd gedurende de jaren «
van zijn hoogleraarschap van 1926 tot 1965, ongetwijfeld invloed gehad op de a
juridische vorming van zijn studenten. Maar onder zijn studenten waren de me- ^
ningen verdeeld over de filosofische argumentatie die ten grondslag lag aan de *
door hem gedoceerde stof. Zij die Dooyeweerd konden volgen en werden mee- ?
genomen in de stroom van zijn gedachten die hen imponeerden, vereerden «
hem. Anderen ergerden zich aan zijn eigenzinnige begrippen en onderscheidin- £
gen die hij volgens hen als onbetwistbare waarheden presenteerde en met te
grote stelligheid verdedigde. Niet alleen studenten, maar ook de hoogleraren in de
faculteit der rechtsgeleerdheid hadden reserves ten aanzien van Dooyeweerds
filosofisch-juridische inzichten.
Een van de eersten uit 'eigen kring' die zijn kritiek onder woorden bracht, was
de Friese advocaat mr. P.S. Gerbrandy, van 1930 tot 1939 een collega van Dooye-
weerd in de juridische faculteit. Gerbrandy liet al in 1927, eenjaar na Dooyeweerds
benoeming tot hoogleraar, kritiek horen. Hij vond dat Dooyeweerd op grond
van zijn theorie van wetskringen een te beperkte kijk had op de economische
medezeggenschap van arbeiders. Volgens Dooyeweerd gold voor een bedrijf de
'wet van de economische ongelijkheid' die tot uitdrukking zou komen in de ei-
gendoms- en gezagsverhouding van de ondernemer tegenover de positie van de
arbeiders die werkten voor een bepaald loon.^ Gerbrandy wees erop dat in het
christelijk-sociaal denken een bedrijf werd beschouwd als een arbeidsgemeen-
schap van werkgever en werknemers, waarin niet alleen verschillende taken en
H. Dooyeweerd, naar een portret van Willem Dooijewaard, 1965.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's