Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 141
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
Inmiddels was het in Leiden, met een praktijk die voor negentig procent be-
stond uit toevoegingen, voor een jong advocaat geen vetpot. In 1914 keerde Ger-
brandy dan ook terug naar Friesland, om zich als advocaat en procureur in Sneek
te vestigen. Daarnaast werd hij actiefin de ARP: in 1917 werd hij lid van de ge-
meenteraad van Sneek en in 1919 lid van Provinciale Staten. Een halfjaar later al
werd hij gekozen tot lid van Gedeputeerde Staten (1920-1930), belast met de finan-
ciën. Ondanks zijn politieke en bestuurlijke werk bleef Gerbrandy werkzaam als
advocaat. Nog in 1930 zou hij het bestuur van de christelijke lagere school in
Lemmer bijstaan als advocaat, toen deze een ontslagprocedure begon tegen de
onderwijzer en dichter Fedde Schurer, die zich had uitgesproken voor pacifisme
en dienstweigering. Volgens Schurer, later Kamerlid voor de PvdA, zou Gerbran-
dy hem in een persoonlijk onderhoud hebben laten weten dat hij liever was op- 137
getreden als advocaat van Schurer.^ Het nam niet weg dat hij de belangen van ö
het schoolbestuur in deze geruchtmakende zaak met succes verdedigde. Ger- ^
brandy had het Schurer overigens al voorspeld: 'U zult het niet gemakkelijk met ^
mij krijgen.'^ ^
Bekendheid kreeg Gerbrandy in zijn Sneker jaren vooral door zijn activitei- «
ten op sociaal gebied. Al in 1920 werd hij lid van de Hoge Raad van Arbeid, terwijl "
hij in de jaren daarna (1920-1927) tevens deel uitmaakte van de staatscommis- M
sie-Nolens inzake het socialisatievraagstuk. In lezingen en artikelen liet hij zich «
kennen als een sociaal bewogen jurist, die naar nieuwe oplossingen zocht voor a
de maatschappelijke problemen. Een aantal van deze bijdragen bundelde hij in ^
het boek De strijd voor nieuwe maatschappijvormen, dat in 1928 verscheen. Ger- ??
brandy was een van de weinige protestantse intellectuelen die in de discussie ?
over medezeggenschap en bedrijfsorganisatie de kant van de christelijke vakbe- ws
weging koos. Zijn aanzien in het CNV was dan ook groot, maar het leidde wel tot £
een polemiek met de pas benoemde (1926) vu-hoogleraar H. Dooyeweerd, die er
aanmerkelijk conservatiever ideeën op nahield.
Ook in andere kwesties was Gerbrandy vooruitstrevender dan velen in zijn
kring. In navolging van de vu-theoloog dr. H. Bavinckwas hij een principieel voor-
stander van vrouwenkiesrecht, terwijl de ARP het actief kiesrecht voor vrouwen
alleen om praktische (electorale) redenen toeliet en het passief kiesrecht nog tot
1953 zou afwijzen. Over het omstreden vraagstuk van de lijkverbranding liet
Gerbrandy zich uit in een referaat op de vergadering van de Calvinistische Juris-
ten Vereniging op 28 mei 1924, dat daarna als brochure werd gepubliceerd. Hoe-
wel hij crematie zelfverwierp als in strijd met de christelijke levensopvatting,
meende hij dat het niet de taak van de overheid was, dit te bestrijden ofte ver-
bieden. Het was een genuanceerd standpunt, maar het feit alleen al dat hij een
dergelijke gevoelige zaak in het openbaar besprak, wekte het ongenoegen van de
antirevolutionaire partijleider H. Colijn, die eropuit was de rust in de ARP te be-
waren. In een brief aan Gerbrandy betreurde hij diens 'militante optreden',
maar deze liet zich niet intomen en diende de grote man in een lange en open-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's