Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 117
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
den van botsingen die in dit spanningsveld plaatsvonden. Zevenbergen was niet
de enige hoogleraar die de vu-leiding irriteerde.^^ In de jaren van het rumoer rond
Willem Zevenbergen speelde in de Gereformeerde Kerken de kwestie-Geelker-
ken, een conflict over de vraag of de slang in het paradij s wel of niet werkelij k tot
Eva had gesproken (Genesis 3). Het mondde uit in een kerkscheuring.
Dat Zevenbergens woorden over de doodstraf hem zo zwaar werden aange-
rekend is alleen te begrijpen als men zich realiseert dat hij zich in deze gespan-
nen situatie had gestoten aan een 'keursteen', om met H.H. Kuyper te spreken.^*
Het ging niet om zomaar een onderwerp, een lang geleden afgeschaft sanctie-
middel, maar om de wil van God en het gezag van de Bijbel. Het Bijbelse dood-
strafgebod had net als de 'sprekende slang' en de toneelkwestie in diezelfde da-
gen splijtend kunnen gaan werken. Zevenbergen wilde zich in februari 1925 in een 113
brochure verdedigen tegen alle, door hem als uiterst grievend ervaren, beschul- ö
digingen. De curatoren van de vu hebben hem onder druk gezet dit niet te doen.^^ ^
De brochure is nooit verschenen want in de tijd waarin Kuypers aanklachten we- ^
kelijks in de landelijke pers doorklonken werd Willem Zevenbergen ziek. t»
w
Na zijn overlijden "
Zevenbergens overlijden in augustus 1925 ontlokte aan de gereformeerde pers M
weinig reactie.^^ In de periode waarin hij onder vuur had gelegen, eind 1924 tot «
begin 1925, heeft hij niet veel steun gekregen binnen zijn kring. Ook bij zijn a
overlijden bleef het betrekkelijk stil.^^ Wel waren er enkele hartgrondig klinken- ^
de reacties van gelijkgestemden. g
Zijn collega H.J. Pos uit de letterenfaculteit schreef in een brief: 'Welk een ?
helderziende, geestdriftige werd uit ons schemermilieu weggenomen!""' Het «
Weekblad van het Recht had het over 'een ernstig en eerlijk denker die voor de re- £
sultaten van zijn wetenschappelijk onderzoek met oprechtheid uitkwam, ook al
waren moeilijkheden hem [...] niet bespaard [...] gebleven'."*^ Zijn vriend F.J.J.
Buytendijk schreef op 2 oktober 1925 in de eerste aflevering van het nieuwe,
meer vooruitstrevende gereformeerde weekblad Woord en Geest over de overle-
den 'vrome en eerlijke Zevenbergen'. Dit waren de woorden van een diep veront-
waardigde medestander. Volgens Buytendijk was hij iemand voor wie de Bijbel
te heilig was voor wetenschappelijk gebruik met behulp van allerlei 'goedkope
beginselconstructies'. Hij schreef dat Zevenbergen niet bang was kaartenhuizen
te verstoren die door een vorige generatie waren gebouwd, zij het ook met goede
bedoelingen. Zevenbergen had niet vermoed 'hoe maar al te vaak boosaardige
kritiek met een masker van vroomheid kan optreden, wanneer de kleinheid en
onzuiverheid van gewoonte-denkbeelden worden aangetoond'. Buytendijk wekt
de indruk dat Willem Zevenbergen geknakt was door alle kritiek. Hij merkte op
dat hij van nature een zekere zwaarmoedigheid had en niet zo'n sterk gestel be-
zat: 'Hij voelde diep het onredelijke en kwetsende van de onzaakkundige kri-
tiek, het drukte hem neer, o n t n a m hem arbeidsvreugde en energie.' De brieven
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's