Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 238
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
Slotsom
Enige jaren geleden, in 1995, hebben de Utrechtse hoogleraar politieke geschie-
denis, wijlen Hans Righart, en zijn latere Amsterdamse (eerst vu, nadien UvA)
collega James Kennedy ieder een boek over de roerige jaren zestig het licht doen
zien. Beiden willen in de turbulente omwentelingen van die dagen op het gebied
van de gezagsverhoudingen tussen autoriteiten en onderdanen, leidinggevenden
en ondergeschikten, ouders en kinderen, mannen en vrouwen een belangrijke,
zij het onderscheiden rol toebedelen aan de jeugdbeweging. Meer dan Righart
in diens De eindelozejaren besteedt Kennedy in zijn Nieuw Babyion in aanbouw
aandacht aan de rol van de autoriteiten bij de vormgeving van de nieuwe samen-
leving. Naar zijn mening waren, achteraf bezien, niet zozeer de actievoerders,
234 als wel hun opponenten de belangrijkste vormgevers van de nieuwe samenleving,
" z omdat de laatsten, ten langen leste tot het inzicht gekomen dat de nieuwe tijd
o H niet was tegen te houden, behendig meebogen met de stormen van de tijd en al-
wZ dus de grenzen van de verandering bepaalden.
z ^ Dit beeld verdient, naar het voorbeeld van de geschiedenis van de democra-
o w tisering van het bestuur van de vu, toch nog enige verdere nuancering. Het is
^ J^ mede de verdienste van Verdam, Diepenhorst en De Gaay Fortman, dat de vu zo
g y anders reageerde dan de zusterinstellingen te Tilburg en Amsterdam. Alle drie
f. > waren zij gepokt en gemazeld in het openbaar bestuur, zij hadden daarbij alle
drie h u n voordeel kunnen doen met een rijke wetenschappelijke en maatschap-
z pelijke ervaring. Die ervaringen hadden ieder van hen in aanraking gebracht
>o met vraagstukken van medezeggenschap. Daarbij hadden zij reeds vanaf het be-
% gin van h u n hoogleraarschap (of zelfs daarvoor) blijk gegeven van een verras-
o
w i^ sende openheid voor nieuwe ontwikkelingen. Diepenhorst en De Gaay Fortman
H
^< in hun respectieve oraties misschien nog iets geprononceerder dan Verdam (zij
z 91
a het dat Diepenhorst in 1979 nog tegen het wetsvoorstel ter herziening van de wet
g; op de ondernemingsraden had gestemd, in afwijking van de meerderheid van
zijn fractie). Verdam heeft wel eens te kennen gegeven, dat in de commissie tot
wijziging van de ondernemingsstructuur, die in i960 door de minister van Justi-
tie was geïnstalleerd, het voorzitterschap zou moeten worden bekleed door ie-
mand die zich iets minder geprononceerd had uitgelaten dan de wel heel promi-
nente leden ervan, onder wie De Gaay Fortman, J.M. den Uyl en W.C.L. van der
Grinten. Derhalve staat die commissie bekend onder de naam commissie-Verdam.
De SER kwalificeerde haar aldus: 'Deze commissie heeft door haar baanbrekend
werk een essentiële bijdrage geleverd voor de vernieuwing van ons onderne-
mingsrecht. Op de grondslag daarvan heeft de Sociaal-Economische Raad ver-
der kunnen werken. Het resultaat daarvan zal van ingrijpende betekenis voor
het maatschappelijk leven zijn.' G.H.A. Schut heeft opgemerkt dat een van de
belangrijke innovaties uit het rapport van de commissie-Verdam de raad van
commissarissen betreft.^" Bij de samenstelling daarvan dient de inspraak van
de werknemers te worden gewaarborgd. De commissie-Verdam stelde zelfs een
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's