Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 106
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
tische vraagstukken, zoals gezinsloon, minimumloon, landverschaffing aan
landarbeiders, handelspolitiek, bescherming van arbeidswilligen en staken in
overheidsdienst. Daarnaast werd in een aantal dissertaties principieel ingegaan
op sociale stelsels en stromingen, zoals hetTaylorstelsel, hetgilden-socialisme
in Engeland, de evangelisch-sociale beweging in Duitsland en de relatie tussen
calvinisme en kapitalisme. Met name deze laatste studies vertoonden onderling
voldoende samenhang en systematiek om van een onderzoeksprogram avant la
lettre te kunnen spreken. Diepenhorsts eigen publicaties waren overigens nauw
met het dissertatie-onderzoek verweven. Zo publiceerde hij in 1932 een biografie
over de antirevolutionaire voorman Groen van Prinsterer, naast de deelstudies
over Groen van zijn promovendi J.A.H.J.S. Bruins Slot, Groen van Prinsterer bij
102 het herstel der hiërarchie in de Roomsch-Katholieke Kerk in Nederland (1931) en
2 G.M. denHartogh, Groen van Prinsterer en de verkiezingen van 1871 (1933).
g De overige 21 dissertaties die Diepenhorst in deze jaren begeleidde lagen op
het gebied van het strafrecht, dat eveneens onder zijn leeropdracht viel. Ook hier
PI
» valt een systematische aanpak te onderkennen. Zo promoveerde C.J. Heems-
^ kerk in 1908 op Z)oorfsZa^en moorrf (Wetboek van Strafrecht, art. 287-289),]. Ver-
z dam in 1909 op Kinderdoodslag en kindermoord [WvS, art. 290-292), A.R. Baas in
1910 op Levensberooving op verzoek en zelfmoord (WvS, art. 293-294), W. van Loon
^ in 1910 op Mishandeling (WvS, art. 300-305), G.H.B, van der Boom in 1912 op
K Strafbare deelneming aan een aanval ofvechterij (WvS, art. 306), H.A. van Zuylen
g in 1912 op Veroorzaken van dood of lichamelijk letsel door schuld (WvS, art. 307-
£ 309), terwijl de meer filosofisch ingestelde W. Zevenbergen in 1913 de rij sloot
o met het proefschrift Eenige beschouwingen over het strafrechtelijk schuldbegrip. In
later jaren gaf ook het nieuwe wetboek van strafvordering (1921) aanleiding tot
enkele dissertaties.
De aanpak van Fabius vertoonde minder systematiek, maar hij had dan ook
jarenlang uiteenlopende proefschriften moeten begeleiden. Toch zorgde ook
hij na 1905 voor een herkenbare reeks dissertaties op het gebied van het staats-
recht en de parlementaire geschiedenis, met als belangrijkste de studies van
G.A. Diepenhorst, Socialistische ministers in een niet-socialistisch ministerie uit
1914 (een actueel onderwerp na de formatie van 1913, toen de SDAP buiten het
kabinet was gebleven!), en van H. Dooyeweerd (1917) over öe ministerraad in het
Nederlandsche staatsrecht. Anema begeleidde als hoogleraar in het burgerlijk
recht een reeks doorwrochte dissertaties, al was hier evenmin sprake van veel
thematische samenhang. De onderwerpen waren vaak te specialistisch om bui-
ten de engere kring van vakgenoten belangstelling te wekken, maar het civiel recht
leende er zich dan ook niet altijd voor om als frontlinie van antirevolutionaire
beginselvastheid te dienen.
Interessant waren de dissertaties uit later tijd, toen Anema tevens met de
leeropdracht in het volkenrecht was belast, enkele jaren na de oprichting van de
Volkenbond. In 1923 promoveerde H.A. Colijn (een zoon van de antirevolutio-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's