Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 165
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
tentamineren van al die nieuwe studenten echt niet meer aan kon. Bovendien zou
hij ook graag voor de colleges ondersteuning willen. Oranje kreeg als extra op-
dracht de colleges burgerlijk recht van Anema over te nemen.
Een poging van Oranje om in 1942 een docent aan te trekken die hem in zijn
omvangrijke taak zou kunnen bijstaan, liep uiteindelijk op niets uit. Mr. L. Sprey,
de docent die Oranje had aangezocht, had samen met mr. C.L.B.W. van Overeem
in Leiden een advocatenpraktijk. Hij was gespecialiseerd in verbintenissenrecht
en daarom zou hij in eerste instantie op dat terrein colleges moeten geven. In
een brief aan Oranje van 30 juni 1942 bevestigde hij dat hij hem graag terzijde
zou staan, maar gelet op zijn praktijk zou hij voorlopig alleen op zaterdagmor-
gen twee uur verbintenissenrecht willen geven. 'Als de praktijk zich zo ontwik-
kelt (of liever afwikkelt)', zou hij bereid zijn meer uren te geven. 'Op den duur 161
zouden we het hele privaatrecht moeten verdelen.'^" Deze brief bracht Oranje a
echter niet wat hij had verwacht. Hij reageerde onmiddellijk: 'Met verwonde- Q
ring en teleurstelling heb ik kennisgenomen van uw schrijven.' In een gesprek ^
ten huize van Dooyeweerd, toen decaan van de faculteit, waren Oranje en Sprey g
tot een verdeling van hun onderwijstaken gekomen, waar Sprey zich nu dus weer ^
aan wilde onttrekken. Oranj e stelde Sprey daarop voor te kiezen uit twee pakket- >
ten, die om de vijfjaar door hen beiden zouden worden gewisseld. Voor de cursus «
1942-1943 stelde Oranje ook een verdeling van tentamens voor. Na afloop van el- *
ke cursus zou gewisseld moeten worden. Oranje had er geen bezwaar tegen dat «
O
Sprey zich voorlopig tot het verbintenissenrecht zou beperken plus twee tenta- o
mina [voorbereidend tentamen privaatrecht en tentamen Burgerlijk Wetboek], S
mits hij ook nog op een ander terrein assistentie zou verlenen. Hij eindigde zijn 01
in mineur begonnen brief met het uitspreken van de hoop, dat zij nog in lengte
vanjaren aangenaam zouden kunnen samenwerken.
Ook Rutgers, toen nog rector, drong er sterk bij Sprey op aan deze verdeling
te accepteren. En in eerste instantie bleek Sprey daartoe bereid. Maar een maand
later schreef hij Oranje, dat hem de tentamenregeling toch niet beviel. Hij zou
tweederde van het burgerlijk recht moeten geven, terwijl Oranje daarin tentamen
zou afnemen. Hij stelde nu voor dat hij het tentamen burgerlijk recht zou afne-
men en Oranje het examen handelsrecht. Opnieuw reageerde Oranje bitter te-
leurgesteld. 'Naar mijn gevoelen had gij onder geen omstandigheid nog weer
wijzigingen moeten voorstellen.' Oranje had bovendien nadrukkelijk gevraagd
niet meer juist bij die tentamens aanwezig te hoeven zijn.
Al in juli had Oranje aan curatoren al gemeld dat hij met Sprey tot een verde-
lingwas gekomen, waarbij hijzelf één uur burgerlijk recht, twee uur handelsrecht
en één uur faillissementsrecht zou geven en Sprey in de overgangsfase uitslui-
tend twee uur verbintenissenrecht. Maar dan zou mr. RJ. Verdam hem moeten
assisteren door het geven van een college burgerlijk procesrecht en eventueel
ook een uur faillissementsrecht. Verdam had echter aan Rutgers geschreven dat
hij het veel te druk had met zijn baan als chef van de juridische afdeling van wa-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's