Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 82
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
zien als een van de deskundigen op dit gebied. Zijn studie De Eigendom uit 1933
wordt om dit samengaan van recht en economie wel als zijn waardevolste weten-
schappelijke bijdrage beschouwd.' In zijn element was Diepenhorst vooral in het
vak parlementaire geschiedenis, dat hij in 1921 van Fabius overnam. Na 1927
publiceerde hij in een hoog tempo een parlementaire geschiedenis in twee delen.
Onze strijd in de Staten-Generaal (1927, 1929), en een drietal biografieën over
A. Kuyper (1931), Th. Heemskerk (1932) en G. Groen van Prinsterer (1932). Ook in
zijn studie ower Het socialisme (1930) en in zijn toelichting op het antirevolutio-
naire partijprogram, Ons isolement (1935), kon hij zijn politieke en historische
belangstelling uitleven.
Diepenhorsts belangstelling voor politieke ontwikkelingen in het buiten-
78 land werd in het interbellum mede gevoed door zijn deelname aan de interpar-
H lementaire conferenties, waarvoor hij als Eerste Kamerlid werd uitgenodigd. Zo
o bezocht hij de conferenties te Kopenhagen (1923), Parijs (1927), Berlijn (1928),
t Londen (1930), Brussel (1937) en Den Haag (1938). Als gevolg hiervan mengde hij
z zich ook in het debat over fascisme en nationaalsocialisme. In 1935 verscheen
^ zijn brochure Het nationaalsocialisme. Diepenhorst wilde vooral een economi-
M sche beoordeling geven, maar ontkwam uiteraard niet aan een principiële stel-
w lingname. Zijn oordeel over Hitler was betrekkelijk mild, vooral omdat hij hem
y vergeleek met veel radicalere nazi's. Voor verschillende maatregelen die de natio-
naalsocialistische regering had genomen, kon hij waardering opbrengen. De
M strijd tegen liberale en kapitalistische uitwassen, het hoog houden van huwelijk
g en gezin, en de werkloosheidsbestrijding beoordeelde hij positief. Zijn eindoor-
S deel was evenwel duidelijk negatief: de grondfout der nationaalsocialisten was
« hun 'anti-christelijke huldiging van den totalen staat'." Toch heeft Diepenhorst
> de duistere achtergronden van het nationaalsocialisme niet diep genoeg weten
^ te peilen. Daarvoor zag hij Hitler en zijn volgelingen te veel als slachtoffers van de
2 Eerste Wereldoorlog."
o
B
^ Omgang met studenten
^ Diepenhorst bleef zijn werkzame leven lang verbonden aan de Vrije Universiteit,
^ al waren er mogelijkheden voor een politieke of bestuurlijke loopbaan. Hij was
5 in beeld als minister van Handel, Nijverheid en Landbouw en werd gevraagd voor
^ het burgermeesterschap van Rotterdam. Aanlokkelijk was het voorstel dat de
antirevolutionaire leider H. Colijn hem in 1927 deed. Diepenhorst zou vertegen-
woordiger van de Bond van Suikerfabrikanten in Nederlands-Indië kunnen wor-
den, een functie waaraan tevens het lidmaatschap van de Volksraad verbonden
was. De verdiensten waren niet gering, zeker zestigduizend gulden per jaar. Vol-
gens Colijn kon Diepenhorst op die manier in eenjaar of vijf een vermogend
man worden en een autoriteit op koloniaal gebied.^^ Diepenhorst wees dergelijke
aanbiedingen af, hoe aanlokkelijk ze uit financieel oogpunt ook waren. Hij was
te zeer gehecht aan zijn universitaire werkkring, in het bijzonder aan het doceren
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's