Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 146
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
op te geven. Het was het begin van een slepende affaire, die twee jaar zou duren
en uiteindelijk zou leiden tot Gerbrandy's vertrek bij de Vrije Universiteit.
De vu-historicus G. Harinck heeft het moeizame verloop van de besprekin-
gen tussen Gerbrandy en directeuren aan de hand van de schriftelijke stukken
gereconstrueerd." Uit zijn artikel blijkt dat beide partijen zich al spoedig ingroe-
ven en op hun strepen bleven staan. Vooral tussen Gerbrandy en de invloedrijke
directeur Jan Schouten bleken grote karakterologische verschillen te bestaan,
waardoor het overleg steeds weer vastliep.^ President-directeur Colijn stelde
zich aanmerkelijk soepeler op, maar hij was als minister-president vaak niet in
staat de vergaderingen bij te wonen. Het kwam zelfs zover dat directeuren in juni
1938 aan de senaat lieten weten, de voordracht van Gerbrandy als rector magni-
142 ficus voor het komende jaar ongewenst te achten, wat deze als bijzonder grie-
^ vend heeft ervaren.
I Eenjaar later was er nog steeds geen oplossing gevonden, al leken de partij-
S en elkaar in juli 1939 wel iets te naderen. Hetwasooknietmeer nodig, want op
>
> 10 augustus trad Gerbrandy plotseling als minister van Justitie toe tot het kabinet-
es De Geer, de opvolger van het kortstondige vijfde kabinet-Colijn, dat op 27 juli
!S 1939 in de Tweede Kamer was gesneuveld. Hoewel de antirevolutionairen elke
^ medewerking aan de formatie van de christelijk-historische politicus jhr. mr.
^ D.J. de Geer hadden geweigerd, was Gerbrandy van mening dat diens formatie,
Q gelet op de dreiging van een nieuwe wereldoorlog, moest slagen. Ook achtte hij
V het in deze situatie van groot belang dat de SDAP, die in de jaren dertig haar
^ marxistische program had afgezworen, nu voor het eerst regeringsverantwoor-
o delijkheid zou dragen. Ook zijn kritiek op het crisisbeleid van de kabinetten-Co-
> lijn speelde daarbij een rol.^^
" Gerbrandy's 'desertie' uit de antirevolutionaire gelederen werd hoog opge-
o nomen, omdat partijleider Colijn daarmee in de formatie definitief buiten spel
^ kwam te staan. De Gaay Fortman schrijft: 'Zijn partij heeft hem op een weinig
w waardige wijze in en buiten het parlement laten merken, hoe ontstemd zij over
> dit nieuwe bewijs van zelfstandigheid was.'^^ Het verstoorde de verhouding met
de leiding van de ARP, Colijn voorop. Toch heeft Colijn zelf het Gerbrandy nooit
nagedragen, hoewel hij daarover een bitter gevoel moet hebben gehad."
Aan zijn vier collega's van de juridische faculteit schreef Gerbrandy in een
brief van 17 augustus 1939, dat de moeilijkheden met directeuren van de vu de
voornaamste reden voor zijn toetreding tot het kabinet waren geweest. Welis-
waar achtte hij het in 's lands belang mee te werken aan het slagen van De Geers
formatiepoging, maar als de problemen met directeuren er niet geweest waren,
dan zou hij aan de door hem 'zwaar gevoelde plicht tot vervulling van het minis-
terschap' niet hebben voldaan.^*
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's