Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 268
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
ren signaleer ik dat de academische criminologie in de jaren tachtig in een vrije val
raakte en dat het WODC of allerlei private consultants het gat vulden. Toen de uni-
versitaire criminologen tegen de jaren negentig weer langzaam opkrabbelden
moesten zij vooral laten zien dat ook zij nuttig onderzoek konden doen.
En daarin zijn we inmiddels behoorlijk doorgeslagen: nu lijkt alle crimino-
logisch onderzoek wel directe beleidsrelevantie te moeten hebben.'^^ Door ons zo
sterk te richten op de beleidspraktijk van hier en nu verdwijnt de context waarin
die praktijk wordt vormgegeven uit beeld. In 1994 merkte de Maastrichtse hoog-
leraar criminologie Grat van den Heuvel al op: 'Ik ken geen probleemgebonden
discipline die zo in de regie is genomen door de overheid als de criminologie.'*'
In 2008 hebben de Scandinavische criminologen Flemming Balvig, Nils Christie
264 en Henrik Tham betoogd, dat het gebrek aan afstand dat criminologen momen-
K teel in acht nemen tegenover de justitiële autoriteiten de wetenschappelijke
^ vrijheid zelfs in gevaar brengt. Een onafhankelijke criminoloog zal volgens hen
z vaak beleidsvoorstellen doen die niet in de smaak vallen bij de autoriteiten. De
2 vragen die criminologen opwerpen zouden daarom eerder bescherming tegen
^ deze autoriteiten behoeven dan omarming. Het debat over gouvernementele en
ï non-gouvernementele criminologie is al met al nog bepaald niet achterhaald!
z Naast de toegenomen oriëntatie op politiek bepaalde beleidsthema's heeft
m er de laatste decennia ook een erosie van het bij uitstek door Bianchi belichaam-
S de normatieve debat in de criminologie plaatsgevonden. Deze erosie is medio
g jaren tachtig begonnen met het spreken over strafrecht als een bedrijfsmatig
o aan te sturen 'justitiële keten', waardoor het accent op efficiëntie en effectiviteit
kwam te liggen en ideeën over maatschappelijke wenselijkheid of rechtvaardig-
m heid in het luchtledige bleven hangen. Daar kwam in de jaren negentig het puni-
tieve populisme bij, waarmee iedereen die nietvond dat er strenger moest wor-
den gestraft tot onverantwoordelijke idealist werd bestempeld. En ten slotte is
het normatieve debat verder geërodeerd door de instrumentalistische what
works-henadenng met haar evidence based best practices. Nu we 'objectief' kun-
nen vaststellen hoe we de criminaliteit en de overlast het beste kunnen bestrijden
is er geen behoefte meer aan reflectie.
Tot besluit
Herman Bianchi heeft een onmiskenbaar stempel gedrukt op de ontwikkeling
van de Nederlandse criminologie van de jaren vijftig tot de jaren negentig. Het
hoogtepunt van zijn carrière ligt in de jaren zeventig, toen hij bijkans de status
van goeroe had bereikt voor een jonge generatie die toen de wereld wilde verande-
ren. Hij heeft een aantal maatschappelijke en justitiële ontwikkelingen intuïtief
haarfijn aangevoeld. Aan het feit dat een op schadeherstel gerichte benadering
van criminaliteit ooit de wind mee zou krijgen heeft hij nooit getwijfeld. En aan
het idee dat de (justitiële) autoriteiten bepaald niet altijd even goede ideeën heb-
ben, daar zullen criminologen de komende jaren ook wel aan moeten geloven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's