Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 162
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
Nederlandse rechter moeten aftreden als hij van mening zou zijn die bezettings-
maatregelen voor zijn geweten niet te kunnen verantwoorden.^**
Ogenschijnlijk liet Rutgers zich hier van de voorzichtige kant zien. Verzet
van individuen tegen onrechtmatige bepalingen van de bezetter keurde hij toen
nog af, maar algauw zou hij daar anders over gaan denken. Dat hij rechters in
het openbaar opriep af te treden als zij het Duitse optreden niet meer voor hun
rekening konden nemen, getuigde overigens niet alleen van moed, maar kon
natuurlijk ook wel degelijk als verzet worden beschouwd. Rutgers erkende wel,
als gelovig christen, dat volgens Romeinen 13 de machten die er zijn, van God
zijn geordineerd, maar hij merkte daarbij op, dat dit niet betekende dat het wet-
tig gezag van de overheid nu uitgeoefend werd door de 'macht van een overwel-
158 diger of van een rover'. Het doel van de bezetter was niet het heil van het volk,
oo zoals van een wettige overheid, maar het winnen van de oorlog. Wel kon men in
2X het feit van de bezetting Gods leiding erkennen, maar dat was niet de leiding
waardoor de overheid overheid werd. Dat standpunt keerde zich duidelijk ook
- n tegen diegenen, die op geloofsgronden meenden in de bezetter nu de wettige
n *
Kw overheid te moeten zien
> > Na de oorlog is door juristen wel kritiek geleverd op Rutgers artikel. Hij zou
G ^ feitelijke macht en rechtsbevoegdheid door elkaar gehaald hebben door het
e- ö
toetsingsrecht van de Nederlandse rechter af te wijzen. L. de Jong liet het juridi-
2«
sche aspect van die kritiek in het midden en concludeerde in zijn behandeling
ö
van Rutgers standpunt, dat hij zich juist principieel tegen hetgelijkschakelings-
streven van de Duitsers had verzet in dit 'gedurfde artikel'. Dat gelijkschake-
N lingsstreven ging immers in de richtingvan een 'verkapte annexatie' en datwas
•^ de situatie, waarin de rechter volgens Rutgers wel degelijk het toetsingsrecht
5 moest toepassen door af te treden.^^
De invoering van de arbeidsdienst
In december 1941 kondigde Van Dam aan dat een verplichte 'arbeidsdienst' van
zes maanden zou worden ingevoerd, en dat deze ook voor studenten zou gelden.
Toen Van Dam in januari 1942 Rutgers vroeg in de vu-gebouwen affiches van de
Nederlandse Arbeidsdienst op te hangen, reageerde deze zonder meer afwij-
zend. Enkele maanden later kwam van Van Dam de onheilsboodschap binnen,
dat met ingang van het nieuwe academische jaar studenten pas zouden kunnen
worden ingeschreven als zij voldaan hadden aan de arbeidsdienstverplichting.
Als tegemoetkoming zou de arbeidsdienst dat jaar vier maanden duren, van juli
tot november. De colleges zouden dus niet eerder mogen beginnen dan 1 novem-
ber. Na een heftig debat besloot de senaat op 15 mei 1942 op voorstel van Rutgers
zich hier niets van aan te trekken. Een nieuwe vakantieregeling was absoluut
niet noodzakelijk, omdat de vu dienstneming bij de Nederlandse Arbeidsdienst
principieel van de hand wees.
Dat was een dapper en rechtlijnig standpunt, maar er diende zich wel met-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's