Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 343

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 343

De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010

2 minuten leestijd

A.A. VAN VELTEN

Korte geschiedenis van de notariële

studierichting

Inleiding 339

De geschiedenis van de notariële opleiding aan de vu kan niet worden losgezien M

van de ontwikkelingen die halverwege de vorige eeuw op dit gebied in ons land Z

hebben plaatsgevonden. 2

De notariële studie was aanvankelijk niet universitair; de opleiding tot notaris c

werd met wisselend succes verzorgd door privéopleiders (meestal notarissen) ^

en zogenoemde notariaatscholen. Teneinde een goede kwaliteit van de aldus op- ?!

geleide aanstaande notarissen te waarborgen bestond er sedert 1878 een staats- n

commissie voor het afnemen van het notarieel examen, waarvan illustere hoog- cc

leraren en notarissen deel uitmaakten. Het door deze commissie jaarlijks in ^^

Den Haag afgenomen examen bestond uit drie onderdelen, die achtereenvol- g

gens - meestal met een jaarlijkse tussenperiode - werden afgelegd. Het eerste, bj

o

mondeling afgenomen deel omvatte de stof van het gehele burgerlijk recht (af-

gestudeerden Nederlands recht hadden hiervoor een vrijstelling); het tweede,

eveneens mondelinge gedeelte had betrekking op typisch notariële vakken als

belastingrecht en notariswet, terwijl het derde (vergelijkende) deel van het staats-

examen bestond uit een aantal moeilijke schriftelijke vraagstukken. Dit laatste

gedeelte was berucht en daarvoor slaagde meestal minder dan de helft van de

geëxamineerden. Als deze laatste barrière eenmaal was genomen mocht men zich

'candidaat-notaris' noemen, hetgeen (na voltooide driejarige stage op een nota-

riskantoor) de benoembaarheid tot notaris met zich meebracht.^

De wetgeving van 1958

Al vele jaren werd de hiervoor geschetste situatie door vrijwel iedereen die bij het

notariaat was betrokken als onwenselijk gezien en er was dan ook vele decennia

over een verbetering van de opleiding en een aanpassing van het zware staats-

examen gediscussieerd.^ Een bijzondere factor bij dit alles was het hybride ka-

rakter van de notaris: enerzijds een door de overheid benoemde ambtenaar met

bijzondere bevoegdheden, maar anderzijds de beoefenaar van een vrij beroep

die voor zijn eigen inkomen dient te zorgen. Een goede opleiding was hiervoor

onmisbaar.

Th.A. Versteeg, hoogleraar notarieel recht, 1959-1971, naar een portret van Sierk Schroder, 1971.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015

Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's

Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 343

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015

Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's