Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 132
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
litaire staat is in strijd met het christendom omdat hij ook religie ondergeschikt
maakt aan zijn doeleinden. 'Gezag en vrijheid,' zegt Anema, 'zijn ons krachtens
onze beginselen beide even lief.'^ Maar die vrijheid is toch niet de vrijheid van
het liberaal h u m a n i s m e . Anema verwerpt wel de corporatieve staat, maar niet
de corporatieve gedachte. Die houdt in dat de samenleving geen optelsom van
individuen is, maar gevormd wordt door 'deels natuurlijk gegroeide, deels opzet-
telijk gevormde kringen en groepeeringen, en dat de organisatie van het sociale
leven zoowel als van het staatsieven zich op die opvatting heeft te baseeren'.''
Deze soevereiniteit in eigen kring is een klassiek antirevolutionair beginsel.
Zelf ben ik er niet van overtuigd dat ze fundamenteel in strijd is met de liberaal-
humanistische vrijheidsleer (die ook een vrijheid van vereniging en een vrijheid
128 van godsdienst omvat]. Wel staat ze scherp tegenover die elementen in het libe-
g > raal humanisme die een antichristelijke of antireligieuze eenheidssaus over de
o z samenleving willen gieten, waarin minderheden zich in het publieke leven dienen
n s aan te passen aan de meerderheid. Soevereiniteit in eigen kring is altijd het be-
< '^ ginsel geweest waarin de absolute macht van de staat bestreden werd, ongeacht
of die van een absolute vorst of van een democratisch gekozen meerderheid af-
cn n
d S komstigwas.'^Hoeditzij, de gereformeerde zuil wist vanaf 1933 heel goed waar-
gK -w om fascistisch corporatisme fout was. Het kan niet moeilijk geweest zijn vanuit
deze zelfde gedachte ook het Duits fascisme te verwerpen. In zijn na de oorlog
2 !« geschreven hoekje Bezinning en Bezz'eZz'n^ verwijst Anema dan ook niet zonder re-
w Z
H > den naar 'zijn studie over grondslagen en karakter der fascistische staatsleer'.'"
W H
2 3
Anema en het internationale recht
Een ander belangrijk punt waarin Anema de gereformeerde zuil voorging was
10
£ ^ zijn waardering voor het internationale recht. Deze waardering bracht hij over
OH op de latere hoogleraar volkenrecht Gezina van der Molen, die vanaf december
1917 een aantal jaren bij zijn gezin inwoonde, eerst in Amsterdam, later in Zand-
voort en in Haarlem.
De gereformeerden waren altijd nogal trots geweest op de Nederlandse soe-
vereiniteit, die ze beschouwden als Gods geschenk aan het Nederlandse volk,
ontvangen in de worsteling met Spanje in de zestiende en zeventiende eeuw.
Maar Anema nuanceerde deze soevereiniteit. In een publicatie zonder jaartal,
vermoedelijk verschenen in de jaren 1924/1925, sprak hij zeer positief over de
Volkenbond. In die Volkenbond zag hij vooral twee grote gedachten belichaamd:
1. boven de staten bestaat een rechtwaaraan zij onafhankelijk van h u n wilge-
bonden zijn, 2. alle gebruik van machtsmiddelen in h u n onderling verkeer is
onderworpen aan de heerschappij van dat recht en alleen geoorloofd in dienst
van dat recht.'' In een aantal stellingen die Anema in 1926 verdedigde voor de
Calvinistische Juristen Vereniging pleitte hij niet alleen voor autonome internatio-
nale organisaties die internationale economische belangen moesten behartigen,
maar ook voor verplichte rechtspraak voor internationale rechtsgeschillen.'^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's