Ridders van het recht. De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010 - pagina 44
De juridische faculteit van de Vrije Universiteit 1880-2010
Fabius was er goed van op de hoogte. Hij had de 'Moderne Richting' in het straf-
recht grondig bestudeerd. In zijn boeken laat hij een stroom van gegevens en ar-
gumenten op de lezer los met als boodschap: het (gedeeltelijk) achterwege laten
van verdiende straf is tegen Gods wil en nog hoogst onverstandig bovendien.^^
Voor het feit dat de gangbare strafrechtspleging ook duistere kanten had was hij
blind.
Het standpunt van Fabius over de doodstraf steunde op verschillende Bij-
belteksten, zoals Genesis 9:6: 'Wie bloed van mensen vergiet, diens bloed wordt
door mensen vergoten, want God heeft de mens als zijn evenbeeld gemaakt.'^^
Het gaat hier dus om straf op levensberoving, niet om een ander delict. In 1906
liet hij hierover een aparte studie verschijnen. Hij verwees hierin naar wat Abra-
38 ham Kuyper hierover had gezegd in zijn werk Gemeene gratie (1902). Kuyper
^ keerde zich hierin fel tegen extreme varianten van de pragmatische moderne
2 richting waar - zonder enige rekening te houden met schuld en proportionali-
S teit - werd aanbevolen gevaarlijke misdadigers te doden. Dit betekende overi-
> gens niet dat Kuyper tegen de doodstraf was. De aardse rechtspleging zag hij,
net als Fabius in zijn oratie in 1880, als een afspiegeling van de hemelse gerech-
z
o tigheid. Gods gerechtigheid, aldus Kuyper, heeft hier op aarde wel een voorspel,
^ maar de eigenlijke afrekening komt pas bij het laatste oordeel. Als een moorde-
M naar op aarde ongestraft bleef, zou God het op de jongste dag des te verschrikke-
g lijker doen. 'Reeds hier zijn straffe te ondergaan, is welbezien genade.'^^ Ook Fa-
Ja bius zag het aardse strafrecht als een onvolmaakte 'hulpdienst' ten behoeve van
j. de uiteindelijke volmaakte berechting van alle zonden door de 'Hemelsche Vier-
§ schaar' bij het 'wereldgericht' aan het einde der tijden.^^
o
g Over Fabius
>
w In oktober 1920 was Fabius veertig jaar hoogleraar. Het Algemeen Handelsblad
vond dit aanleiding op 21 oktober iets te schrijven over Fabius op college. De
verslaggever was onder de indruk: 'Niet schoolsch of afgemeten, en nimmer een-
tonig: altijd hoofsch en waardig, doch sprankelend van speelsch vernuft; boei-
end door vurigheid en oorspronkelijkheid, en bovenal... eerbiedwekkend.' Hij
was ietwat uit de hoogte tegen zijn studenten, maar is door sommigen steeds
opvallend in ere gehouden.^^ Stipt, bezield, soms zo diepgravend dat hij het 'hora
est' van de Westertoren miste, met luider stemme sprekend, zodat men op de gang
de voordracht zonder enig bezwaar kon volgen.^^ Zijn gehoor kan in de beginjaren
niet groot zijn geweest. 'Een hééél klein kuddeke.'^''
Bij zijn overlijden in 1931 verschenen er in tal van kranten in Nederland en
koloniën necrologieën, waaruit bleek dat er een bekende, excentrieke Nederlan-
der was heengegaan. Een deftige, stramme figuur, uitermate gesteld op goede
vormen. 'Hadden wij van dergelijke stoere, stroeve, bekwame mannen in dezen
tijd er wat meer!' verzuchtte Het Vaderland na zijn overlijden.^** 'Een mild hart
klopte achter die harde bast', aldus De Vrije Westfries.^'^ De Nieuwe Rotterdamsche
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 2015
Publicaties VU-geschiedenis | 456 Pagina's