Revue 1996 - pagina 54
vu historique De Vrije Universiteit en de academische cultuur Van de Vrije Universiteit is wel gezegd dat zij gewoon bijzonder is. Het woord 'gewoon' stelt menigeen gerust, want, zo meent men, de Vrije Universiteit was vroeger wel erg bijzonder. Mensen die dat verleden trachten uit te beelden, laten bij voorkeur de rillingen over de rug lopen. De verbeelding is rijl<. Maar hoe bijzonder was de Vrije Universiteit nu eigenlijk? In een aantal opzichten heeft de Vrije Universiteit van meet af aan graag gewoon willen zijn bijvoorbeeld in haar academische gebruiken. De pedelstaf van de jonge universiteit werd opgesierd met het beeld van Minerva, de godin van de wijsheid en het zinnebeeld van de aan de academie geboden klassieke vorming. Dit historische symbool werd door dr. A. Kuyper in gereformeerde zin uitgelegd, toen hij bij de opening van de universiteit, op 20 oktober 1880 in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, het gebruik ervan verdedigde met de opmerking 'dat de klassieke vorming ons door God is beschikt langs den weg der heidensche natiƫn'. Maar het was en bleef een algemeen symbool, dat men aan menige academie terugvindt. Prof.dr. F.L. Rutgers trad op de dag van de opening van de universiteit de Nieuwe Kerk binnen in de toga van zijn vader, de theoloog dr. A. Rutgers, emeritus-hoogleraar voor het Oude Testament aan de Leidse universiteit en mede-stichter van de Vrije Universiteit. Rutgers junior onderstreepte op zijn wijze de historische lijn, waarin hij zijn hoogleraarschap aan deze vrije onderwijsinrichting wenste te zien. De Vrije Universiteit moest een academie als alle andere worden. Niet alleen een Leidse toga deed dienst aan de Vrije Universiteit in haar beginjaren. Rutgers en Kuyper waren beiden alumni van de Leidse universiteit en ontleenden bij de inrichting van de organisatie en het onderwijs, waarin zij de hand hadden, het een en ander aan de cultuur, die zij als Leidse studenten hadden leren kennen. Zo kent de Vrije Universiteit tot op de huidige dag het Leidse gebruik, dat de promovendus bij zijn rokkostuum niet een wit.
maar een zwart vest draagt. Tot de academische cultuur behoorde ook de inrichting van een senaatskamer, waar de hoogleraren vergaderden. De Vereeniging voor Hooger Onderwijs had in / 880 nog geen universiteitsgebouw in eigendom. De colleges werden gegeven in het gebouw van de Schotse Zendingskerk te Amsterdam. In 1884 kocht de Vereeniging een eigen pand: een woonhuis aan de Keizersgracht 162. In dit pand kreeg de universiteit een heuse senaatskamer, ruim bemeten aan de rechter voorzijde van het huis. Deze kamer werd, als om de allure van de senaat te weerspiegelen, gemeubileerd met statige meubels, maar wat haar ontbrak en welbeschouwd is blijven ontbreken is de wandversiering, die voor de senaatskamers van de oudere universiteiten van ons land zo karakteristiek is: een galerij van hoogleraarsportretten. Vijftig jaar na de stichting van de Vrije Universiteit hingen in de senaatszaal niet meer dan vijf portretten: van Kuyper, van Rutgers, van prof.dr. H. Bavinck, van prof.dr. W. Ceesink en van prof.dr. j. Woltjer. In de daarop volgende jaren is het aantal hoogleraarsportretten aan de Vrije Universiteit wel toegenomen, maar veel meer dan vijftig zijn het er tot op heden niet. Wel verwierf men daarnaast nog andere beelden en afbeeldingen van bestuurders van de universiteit en personen aan wie de gereformeerde academische kring zich verbonden voelde. Zoals de Leidse universiteit in de eerste decennia van haar bestaan een portret van Erasmus verwierf, zo is de Vrije Universiteit in het bezit gekomen van een buste van Johannes Calvijn. Hoe bijzonder men zich de Vrije Universiteit van vroeger dagen ook voorstelt, ze was ook toen reeds in vele opzichten een gewoon onderdeel van de nationale academische cultuur. Dr. George Harinck Informatie: Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands protestantisme (1 800-heden), Hoofdgebouw VU, kamer 1 B-40, tel. (020) 444 5270.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1996
Revue | 104 Pagina's