Revue 1996 - pagina 58
ken. "Beoordelaars zijn het eerder eens over wat echt heel slecht is en wat juist heel erg goed is, de uitersten. Bij ons onderzoek ging het om jonge startende kunstenaars. Dus heel veel middenmoot. Daar tref je de meeste beoordelingsverschillen." Tussen de 'deskundigen' en de 'amateurs' bleken grote verschillen te bestaan. Door de opzet van het experiment konden die verschillen achterhaald worden. "Bij de deskundigen speelt de vraag of een werk origineel is een belangrijke rol. Men kijkt als het ware naar de plaats van het werk binnen de hele ontwikkeling van de kunst. De amateurs kijken ook wel of een werk al dan niet origineel is, maar dat speelt bij het uiteindelijke oordeel geen belangrijke rol. De leken kijken vooral naar het vakmanschap waarmee het kunstwerk is gemaakt. Daarbij hebben de leken een duidelijke voorkeur voor figuratieve werken boven iets abstracts." De onderzoekers trokken nog een opmerkelijke conclusie. Als de proefpersonen in een groepje mochten discussiƫren over een kunstwerk bleek bij de uiteindelijke keuze vaak de mening van telkens dezelfde persoon doorslaggevend te zijn. "Blijkbaar spelen dan allerlei groepsprocessen een rol die weinig met het beoordelen van kunst te maken hebben. Iemand kan bijvoorbeeld beter zijn of haar mening onder woorden brengen of is gewoon dominant aanwezig in de groep. Voor commissies die kunst moeten beoordelen lijkt het dus beter de leden onafhankelijk van elkaar een oordeel te laten geven en dan de punten te middelen. Dat geeft een objectiever beeld dan een uitkomst na een heftige vergadering", aldus Van Wieringen.
een nieuw onderzoek over de beoordeling van kunst gepubliceerd. Via de computer manipuleerden ze kleurrijke naturalistische schilderijen tot een steeds abstracter en kleurlozer geheel. Opnieuw mochten leken en deskundigen een oordeel vormen. Beide groepen oordeelden negatiever naarmate de schilderijen veranderden, maar de omslag van meningen was bij leken een stuk sterker "Veel mensen houden blijkbaar meer van mooie kleurtjes en een realistische afbeelding van de werkelijkheid. Maar daarmee heb je nog geen wetenschappelijke onderbouwing geleverd of iets mooi of lelijk is. Laat staan over de kwaliteit van een kunstwerk. Dat zal ook nooit gebeuren. De wetenschap geeft geen uitsluitsel over zulke waardeoordelen. Hooguit kunnen psychologen vaststellen dat de meerderheid van de mensen blauw de mooiste kleur vindt. Verder zal het altijd twisten blijven over wat kunst is." Van Wieringen zegt zelf niet een echt favoriete schilder te hebben, hoewel zijn werkkamer vol hangt met reproducties van Matisse. "Veel werk van Picasso vind ik ook heel erg mooi, net als een klassieke meester als Vermeer. Misschien zou het Coya worden als ik werkelijk moest kiezen." Van Wieringen behoort niet tot de driekwart van de Nederlanders die vindt dat de overheid op de kunsten kan bezuinigen. "Hoe meer, hoe mooier zeg ik wel eens. Maar de verdeling van het geld is natuurlijk wel een groot probleem: geef je iedere kunstenaar een beetje of ga je toch meer selecteren. Wat ik in ieder geval belangrijk vind is dat kunstvoorstellingen toegankelijk blijven voor een groot publiek. Wat dat betreft doet Nederland het nog niet zo gek. Een toegangsbewijs voor het Concertgebouw Is nog steeds niet duurder dan een kaartje voor een topduel van Ajax."
Blauw De twee onderzoekers -Mekkert werkt overigens inmiddels in Delft- hebben onlangs
vrije
Universiteit
amsterdam
Revue
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1996
Revue | 104 Pagina's