Revue 2000 - pagina 74
De
Onderzoeker
Tammes heeft belangrijk werk verricht in de Mendeliaanse genetica. Zij toonde onder meer aan dat eigenschappen zoals lengte ook met Mendels wetten kunnen worden verklaard. Opvallend is dat Tammes niet de eer voor haar werk kreeg. Twee mannelijke wetenschappers gingen daarmee later strijken."
Vrouwen met hersens
Geieerde vrouwen dringen moeiliJI< door tot de wetenschappelijl< top. Terwijl de laatste jaren meer meisjes dan Jongens gaan studeren, loopt de opbouw van wetenschappelijke functies steeds verder af: terwijl veertig procent van de aio's vrouw is, kent Nederland maar vijf procent vrouwelijke hoogleraren. Hoewel het percentage vrouwelijke hoogleraren aan de VU (6,2%) hoger is dan het landelijke gemiddelde, stelt het College van Bestuur de komende zeven jaar in totaal 3,5 miljoen gulden beschikbaar om het percentage vrouwelijke universitaire hoofddocenten (uhd's) en hoogleraren aan de VU te vergroten. "De stap van universitair docent (ud) (20% is vrouw) naar universitair hoofddocent (uhd) (7%) is cruciaal voor de ondervertegenwoordiging van vrouwen in senior wetenschappelijke functies" aldus Ida Stamhuis, universitair docent Wetenschapsgeschiedenis.
Tine Tammes
i 5
'/i'iip
"Het aantal vrouwen neemt af, naarmate de status stijgt. Het grote aantal vrouwelijke aio's is voor een deel ook te verklaren door de concurrentie met het bloeiende bedrijfsleven. Door de economische groei heeft het aio-schap aan prestige ingeboet, waardoor het voor veel mannen niet meer aantrekkelijk is. Hierdoor zijn de kansen voor vrouwen groter." Ida Stamhuis won in november 1 996 de Amerikaanse 'History of Women in Science Prize'. Zij kreeg de prijs van de Amerikaanse History of Science Society voor een artikel over werk en carrière van de Groningse geneticus Tine Tammes (1871-1 947), de tweede vrouwelijke hoogleraar in Nederland. "Tine
1 ;ni./pr^irp!t
am^terdam
Revue
Seksespecifiek In 1993 ontdekte Stamhuis in een stoffig Gronings archief vierhonderd onbekende brieven van de botanicus Hugo de Vries. Uit deze brieven blijkt dat De Vries in 1899 met grote tegenzin inging op het verzoek van de Groningse hoogleraar plantkunde J.W. Moll om Tine Tammes (1871-1 947) onderzoek te laten doen in zijn laboratorium. 'Wat Mej. Tammes betreft heb ik wel erge bewaren tegen uw voorstel, maar als ge wilt, zal ik het natuurlijk doen. Het zal mijns inziens erg tegenvallen.' Dat had De Vries verkeerd gezien, want Tammes werd in 1 91 9 de eerste Nederlandse hoogleraar genetica. De Vries was niet de enige hooggeleerde heer die niet zo geloofde in vrouwelijke wetenschappers. Ook Jean-Jacques Rousseau hield vrouwen liever ver van de wetenschap. Het werk van geniale geleerden oversteeg naar de mening van Rousseau het bevattingsvermogen van de vrouwen. Ook hadden ze onvoldoende aandacht en concentratie om met succes wiskunde en natuurkunde te studeren. Deze studies behoorden toe aan de sekse die het meest actief is en de meeste kracht heeft om de wetten van de natuur te ontdekken. Alleen de plantkunde achtte Rousseau een geschikt studieterrein voor vrouwen. In een handboek voor aankomende vakgenoten uit 1917 schrijft prof.dr. R van der Hoeven, hoogleraar gynaecologie; 'Hersenarbeid, mits met ernst opgevat, blijkt voor de vrouw op den duur te zwaar'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 2000
Revue | 124 Pagina's