Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Revue 2000 - pagina 49

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Revue 2000 - pagina 49

3 minuten leestijd

en de positionering van gezinsvoogden en te weinig voor het werk dat zij doen. Door middel van protocollering wordt geprobeerd greep te krijgen op de organisatie van het werk en de plichten die uit de wet van 1 995 voor de gezinsvoogdij voortvloeien. Maar het is tijd om intensiever over de inhoud na te gaan denken." Prof. Slot ziet als basale taak van de gezinsvoogden 'het creëren van condities waaronder een bedreigde ontwikkeling een gunstige loop kan krijgen.' Slot: "Gezinsvoogden hebben instrumenten nodig om zicht te krijgen op de normale en de verstoorde ontwikkeling en om doelen te stellen die ouders of hulpverleners kunnen helpen de bedreiging af te wenden en de gezonde ontwikkeling te bevorderen." Slot pleit ervoor het competentiemodel te gebruiken waarmee het ontwikkelingsaspect op een meer gestructureerde wijze op het werk van de gezinsvoogdij betrokken kan worden. "Het feit dat competentievergroting zo'n belangrijke invalshoek is voor de hulpverlening, brengt mij tot de conclusie dat een competentiegerichte invulling van het toezicht, de hulp en de steun van de gezinsvoogd kan leiden tot een betere legitimering, een beter resultaat en dus ook meer gezag voor de gezinsvoogd. In het voorgestelde model wordt competentie niet alleen gezien als een kwestie van taken en vaardigheden, waarbij psychopathologie.

stressoren en beschermende factoren hun invloed doen gelden. Als de balans weg is, duidt dat op ontoereikende competentie die tot uitdrukking komt in ontwikkelingsachterstanden en probleemgedrag. De gezinsvoogd kan het competentiemodel gebruiken om de geconstateerde ontwikkelingsachterstanden en problemen te vertalen in doelen die betrekking hebben op adequaat functioneren." Prof. Slot (1948) studeerde klinische psychologie aan de VU. Na het doctoraalexamen werkte hij als onderzoeker bij de afdeling Gedragstherapie projecten van het Paedologisch Instituut. Slot promoveerde in 1 988 aan de VU bij prof. de Wit op het proefschrift 'Residentiële hulp voor jongeren met antisociaal gedrag. Per 1 januari 1 999 is hij directeur van de PI Research BV, een organisatie die in nauwe samenwerking met het PI en de VU onderzoek en opleiding realiseert. De bijzondere leerstoel Pro juventute is ingesteld door de stichting Vedivo en het steunfonds 'Pro Juventute'. Het doel van de bijzondere leerstoel is bijdragen te leveren aan verdere professionalisering van het werk in de (gezins)voogdij. Twee nieuwe hoogleraren Orthopedagogiek In de maanden december en januari werden bij faculteit twee hoogleraren Othopedagogiek benoemd, de heren C. Schuengel en E.C.D.M.

vrije Universiteit

amsterdam

van Lieshout. Prof.dr. G. Schuengel (1969) zal zich in zijn onderzoek met name concentreren op de vraag in hoeverre belangrijke theorieën over 'normale' opvoeding - in het bijzonder de zogeheten 'gehechtheidstheorie' - toepasbaar zijn op problematische opvoedsituaties. Dat zijn situaties waarin de opvoeding bemoeilijkt wordt door bijvoorbeeld een handicap of een stoornis bij het kind, of door psychosociale problematiek in het gezin. Dergelijk onderzoek zal onder andere - plaatsvinden in nauwe samenwerking met vakgenoten binnen de Ottho Gerhard Heldring stichting, een justitiële jeugdinrichting te Zetten. De heer Schuengel (1969) studeerde Pedagogische Wetenschappen aan de Universiteit Leiden en promoveerde in 1997 aan dezelfde universiteit op het proefschrift 'Attachment, loss and maternal behavior: A study on intergenerational transmission.' Prof. Schuengel was tot voor kort universitair docent Theoretische pedagogiek aan de Universiteit Leiden. Prof. E.G.D.M, van Lieshout gaat zich in het wetenschappelijk onderzoek vooral bezighouden met lees- en rekenproblemen bij kinderen. De heer van Lieshout (1945) studeerde psychologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en promoveerde daar ook. Zijn proefschrift schreef hij over strategietraining voor het ver-

De faculteiten

47

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 2000

Revue | 124 Pagina's

Revue 2000 - pagina 49

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 2000

Revue | 124 Pagina's