Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1899 - pagina 180

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1899 - pagina 180

2 minuten leestijd

178

Maar straks moest ze zien.

Ze werd in den nek gegrepen en erbij gesleept. De

blinddoek, dien ze zich voor de oogen had gebonden, wordt

afgerukt en valt aan haar voeten; ze ziet de paleizen harer

grooten waggelen door de bevingen van den grond.

Bange vreeze greep de groote stad aan. Ze voelde dat

het kwam en dat geen ontwijken mogelijk was.

Ze voelde, dat het komen zou, zooals de beesten voelen

het komen van het onweder, wanneer ze bangelijk, trillend

de zware lichamen op de stevige pooten, zich tegen elkander

aandringen in de van zwarte luchten verdonkerde wei.

Het naderde als de dood.

Ge ziet hem voortschrijden, dringende door alles heen tot

zijn prooi; z'n koude verstijft; de greep van zijn knokige

hand verstikt; ge wilt hier vluchten en daar, maar overal

is de dood, onverstoorbaar, onvermurwbaar, koel en wreed

als een noodlot. En het dofwordend brein weet, dat dadelijk

het sterven zal zijn: dat de hand, nu nog plukkend aan de

deken, straks zal liggen stijf en onbewegelijk en zonder

kracht, dait de rochelende borst ingedrukt gaat worden en

stil zal zijn.

Zoo wist men ook in de groote stad, dat de epidemie

nader kwam, langzaam maar zeker.

Eergisteren, zoo vertelde men elkaar op straat, was ze

voortgeschreden van daar tot daar.

En gisteren, zoo las men in de bulletins der groote bladen,

was ook in die stad de vreeselijke engel ingekomen, de

zwarte engel met het roodglanzende zwaard.

De menschen gingen stil-angstig.

De zaken werden nog gedreven als voor een week en

voor een maand: maar er was een zekere gejaagdheid in

het doen der stedelingen, een ijzige gejaagdheid, die zwijgend

ordende, opdat alles gereed zou zijn, als straks zou ingrijpen

die v r e e s e l i j k e . . . .

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Studentenalmanak | 240 Pagina's

Studentenalmanak 1899 - pagina 180

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Studentenalmanak | 240 Pagina's