Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1899 - pagina 187

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1899 - pagina 187

2 minuten leestijd

i85

over hare kracht en in haar overmoed hun glimlachende

enkele gouden stralen, waar de wolken zoo bang voor zijn,

nagezonden, zoodat ze als gouden vlokjes waren weggezweefd,

opwaarts, langs het blauwe gewelf.

Toch, slechts een oogenblik had de zon den tijd, om zich

over haar verslagen vijanden te verheugen. Want steeds

meer drongen nieuwe scharen aan, opkomende uit de

donkere diepten, van achter de aarde. Wel wilden wie ook

nu met den geweldigen vijand in aanraking kwamen, gaarne

het voorbeeld van hun voorgangers volgen, maar ze konden

niet, ze hadden geen ruimte, hun eigen vrienden drongen

van achteren en van ter zijde met zulke dichte hoopen aan,

dat ze niet anders konden, dan zich in den vuurgloed

werpen. En nog eenmaal scheen het toen, of alles uiteen

zou barsten, maar altijd door drong de geweldige massa

van buiten a a n . . . . en de glanzende held werd overstelpt

door de vijanden.

De bloemen en planten hadden daarop geen rüstigen

nacht, om in verliefde droomerijen sluimerend en knikkend

te wachten, tot haar vriend den volgenden morgen haar

wekken zou, om den ganschen langen dag weer met haar

te spelen en haar te koesteren en te kussen. Neen, ze

knikten niet slechts met het van slaap zwaar neerhangend

kopje, maar ze werden door den wind zoo wild bewogen,

dat haar heele groene en blauwe en gele en roode kleedjes

verfomfaaiden. En ze huiverden van de kou en ze lieten de

opgevangen regendropjes niet zacht van de bladeren neer-

druipen, maar de wind deed ze woest schuin afvliegen.

En toen het morgen werd, kwam de zon niet, om de

boomen en de heesters en de bloemen en de grassprietjes

met een gouden lach te begroeten. De nacht ging over in

schemering en de schemering maakte slechts plaats voor

een grauw licht. En de regen en de wind hielden niet op.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Studentenalmanak | 240 Pagina's

Studentenalmanak 1899 - pagina 187

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899

Studentenalmanak | 240 Pagina's