Studentenalmanak 1899 - pagina 129
DE MOEDERHAND.
k ken een hand, zoo hemelsch teer
Als werd z' uit enkel licht geweven,
Als bracht ze 't reine hemelleven
Vol blijden glans aan 't menschdom weer.
Wanneer 'k in krankheid nederlag,
Het gistend bloed zijn stroom versnelde
En 't angstig brein vol woede omknelde.
Als 'k wilde schimmen waren zag,
Dan gleed die hand langs 't kloppend hoofd.
Om zacht die schimmen weg te vagen.
E n 't wilde bloed hield op met jagen
En 't gloeiend koortsvuur was gedoofd.
Wanneer 'k in dollen overmoed
Mijn driften onbeheerd liet werken.
En over neergeworpen perken
Liet draven naar 't verlokkend zoet,
Dan roerde zacht die teedre hand
Mijn schouder aan, de driften zwegen
En schuilden, schaamrood neergezegen,
Bedwongen door die teedre hand.
iS^oj. A^^^-^Jii^ïM
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Studentenalmanak | 240 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1899
Studentenalmanak | 240 Pagina's