Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1900 - pagina 139

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1900 - pagina 139

2 minuten leestijd

135

En eindelijk hebben ze overstemd, wat daar riep binnen

in hem.

Toch niet; ze zouden niet in staat zijn geweest, om de

stem van zijn hart tot zwijgen te brengen, als in zijn eigen

borst ook niet geweest was een vragen om den krijg.

Zijn eerzucht had mee den oorlog geëischt. Dat wat daar

in hem brandde en gloeide, dat onbluschbare, hoog waren

er de vlammen van opgeslagen: zijn hart was verschroeid,

zijn hersenen waren verhit geworden; er was een duivel in

hem of een god, die hem rusteloos voortjoeg; die hem deed

zeggen, wat hij zei; deed schrijven, wat hij schreef. En al

kwam zijn geweten soms in opstand, de heerscher in hem

was machtiger dan menschengeweten.

Zonder aarzelen schreef zijn hand het ultimatum, en toen

de oorlogsverklaring duizenden in beroering bracht, beefde

zijn hart niet.

Nu, neerliggend in stillen, zwijgenden nacht alleen met

zichzelven, nu huivert hij, als hij denkt aan wat geschied is.

„Deedt gij recht ?"

Reeds zoo vaak was hem die vraag voor de voeten

geworpen als een verwijt.

Overdag in het Parlement, en 's nachts . . . .

Hij richt plotseling zich op en staart naar den achtergrond

van de slaapkamer.

O, als dat afgrijselijke visioen maar niet weer hem komt

martelen, als . . . .

Daar komt het, daar is het.

Onbewegelijk hoort en ziet hij.

Een geruisch, dan doodsche stilte. Met ruischloozen gang

nadert een stoet van dooden. Gisteren zag hij ze ook, maar

hun schare is eiken nacht, en ook nu weer breeder gewor-

den. Niet hem zien die dooden bij hun gaan: hunne oogen

zijn strak gericht op den grond.

Maar als ze voor zijn bed komen, dan één voor één heffen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Studentenalmanak | 238 Pagina's

Studentenalmanak 1900 - pagina 139

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Studentenalmanak | 238 Pagina's