Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Studentenalmanak 1900 - pagina 148

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Studentenalmanak 1900 - pagina 148

2 minuten leestijd

144

Met hun stoer voorkomen, hun helder-lachend gelaat, de

handen in hun wijde pof-broek verbergend, 't bovenlichaam

half-gebogen tegen den storm, kalm-onverstoord uit 't korte

stompje pijp rookende, staan zij daar. Het zijn echte kin-

deren der zee, die eiland-bewoners. De mannen, zoowel als

de vrouwen, allen bijna even kloek en statig van postuur,

in hun eigenaardige kleederdracht; afgesloten van de buiten-

wereld, behalve wanneer de schrille stoomfluit van den

„Minister Havelaar" de menschen opschrikt uit hun rustig

voortschrijdend dagelijksch werk. Dan komen ze toesnellen;

de mannen in hun blauwe tusschen-broek, hun rood baatje

met witte strepen, hun „karpoes" op of 't bolvormig-ronde

hoedje, hun stevig-dikke kuiten nauw omsloten door twee ä drie

paar zwarte kousen, de voeten gestoken in lage schoenen

met zilveren gespen. De Urkerinnen met hun ondermuts op,

verreweg 't grootste deel met den zwarten cirkel voorzien,

't teeken van rouw over hun verloren bloedverwanten ; de,

in ontelbare variëteiten voorkomende, „kraplap", hoe veel-

kleuriger hoe mooier ; daaronder een zwart keurslijlje, met

een breeden gordel, blauw of rood ; met een vierkant van

rokken, volgens de legende (?) soms wel i8 ä 20 stuks.

Altijd even vroolijk zijn zij, die licht-blauw-oogige kinderen

der zee ; de vreemdelingen toelachend, met eenigzins gering-

schattenden blik.

Tal van miniatuur-Urkertjes, manlijke en vrouwelijke staan

en loopen ieder in den weg, die van de boot zich op wal

wil begeven.

Maar nu van dat alles niets. Angstig-starende gezichten,

bevreesd voor 't lot hunner bloedverwanten en vrienden.

Daar klemt een klein Urkertje, precies gekleed als een oud

man, zich vast aan de rokken van zijn „muutjen" ^) vragend

„wanneer komt toate ^) nou ?"

>) Tante. ') Vader.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Studentenalmanak | 238 Pagina's

Studentenalmanak 1900 - pagina 148

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900

Studentenalmanak | 238 Pagina's