Studentenalmanak 1900 - pagina 191
EEN GODENSPEL.
• Ridentem dicere verum quid vetat ?
HORATIUS.
1 ergun mij, geachte lezer, uw gezelschap te verzoeken
langs een steil pad tot boven op een hoogen berg.
De Olympvis zal het einddoel van dezen moeitevollen tocht
zijn; maar eenmaal daar aangekomen, zult gij voor uwe
moeite een tooneel aanschouwen, dat u niet zal rouwen te
hebben bijgewoond, naar wij hopen.
Niet meer gedachtig aan de hindernissen en moeilijk-
heden van het beklimmen, zien wij de godenrij, met al
hun lief en leed, schoonheid en ellende, gezamenlijk bij
elkaar.
Zeus zit thans niet, gelijk zoo menigmaal gebeurt, op eene
afzonderlijke hoogte of top, zijne grove wenkbrauwen fron-
send en zijne donkere manen schuddend, in toorn en woede
ter neer; maar de geurig-welriekende zalven en de zoet-
vleiende uitnoodigingen van zijne geliefde Juno hebben zijn
hart verteerd.
En alle godinnen en goden genieten de zalige rust en
vrede, vergetende den Trojaanschen oorlog. De nectar, der
goden wijn, vloeit rijkelijk in groote stroomen; Olympus
viert hoogtij!
!
Wanneer ge evenwel ietwat scherp toeziet, mist ge één
uit hen, wiens afwezigheid men ganschelijk niet schijnt op
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Studentenalmanak | 238 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 januari 1900
Studentenalmanak | 238 Pagina's